Economie

België telt geen tien maar zeventien provincies

Mocht je ons land opdelen volgens onze sociale contacten, dan zou je aan zeventien regio's komen. Dat blijkt uit onderzoek van de gerenommeerde professor Vincent Blondel (UCL), die ons telefoonverkeer in kaart bracht.

 
De verschillende sociale groepen bestaan altijd uit nabijgelegen dorpen en gemeenten
Vincent Blondel, Université Catholique de Louvain

Officiële grenzen zijn vaak arbitrair, en een blik op onze sociale interacties lijkt die stelling te bevestigen. Dat toont Vincent Blondel, een mathematicus van de Université Catholique de Louvain die tot in de Verenigde Staten aanzien geniet. Op basis van meer dan 200 miljoen telefoongesprekken, data die hij van een provider heeft gekregen, ging hij na wie met wie belt, hoe lang en hoe vaak. De belangrijkste vraag daarbij was: waar zijn de bellers gevestigd?

De conclusies zijn opmerkelijk. We mogen dan wel tien provincies hebben, maar als je afgaat op onze sociale contacten, dan kom je uit bij zeventien sociale regio's. Die tellen elk 15 tot 66 steden en dorpen. De enige provincie die enige gelijkenis vertoont met haar sociale grenzen, is Limburg. West-Vlaanderen daarentegen splitst zich sociologisch gezien in twee delen, de kust en de rest. Idem voor de provincie Antwerpen (Antwerpen en Kempen) of Oost-Vlaanderen, dat in zich drieën deelt.

Voorbeelden genoeg ook van dorpen en gemeenten die zich op een andere provincie of regio richten dan diegene waar ze officieel toe behoren. Zo onderhouden Diestenaars meer contacten met Limburgers, terwijl Galmaarden eerder richting zuidelijk Oost-Vlaanderen lonkt. Brussel is, weinig verrassend, de grootste regio, en loopt van Meise tot Genappe en van Lennik tot Perwez.

Wat Blondel zelf verbaasde, is dat we vooral bellen naar de mensen die dichtbij wonen en die we het vaakst zien. Wie in Oostende woont, belt zelden of nooit naar iemand in Limburg, en omgekeerd. "We leven in een tijd dat telefoontarieven niet langer afhankelijk zijn van de afstand en de meeste economische activiteiten lijken minder afhankelijk van transportkosten. Toch bestaan de verschillende sociale groepen altijd uit nabijgelegen dorpen en gemeenten, terwijl het best mogelijk was dat één sociale regio uit verschillende delen van het land bestond."

Wat nog opvalt, is het feit dat onze sociale regio's op zichzelf lijken te staan, en weinig gelijkenissen vertoont met bestaande kaarten. Zo wordt algemeen aangenomen dat België 47 arbeidspolen kent, plekken waarheen Belgen trekken om te werken. Die verdeling komt niet terug in de kaart van Blondel. Een sociale regio kan ook perfect meerdere steden tellen, zoals Leuven en Mechelen of Hasselt en Genk. Aalst staat dan weer op zijn eentje.

De enige bekende grens die bevestigd wordt, is de taalgrens. Amper 2 procent van het intensieve telefoonverkeer is van noord naar zuid, of omgekeerd.