21/11/11, 18u48
© photo news
Dexiavoorzitter Jean-Luc Dehaene is van oordeel dat het businessmodel van Dexia met een sterk verschillende Belgische en Franse poot niet bij voorbaat tot mislukken gedoemd was, "op voorwaarde dat je de productie hield binnen wat je redelijkerwijze kan financieren en niet afweek van je oorspronkelijke opzet". Was dat gebeurd, dan was Dexia volgens Dehaene zelfs "dicht bij het klassieke bankieren" gebleven.
-
© photo news
-
© photo news
Dehaene zakte vandaag voor een tweede keer af naar de bijzondere Kamercommissie die zich over de Dexia-saga buigt. Twee weken geleden kwam de commissie er wegens tijdsgebrek immers niet aan toe naast ceo Pierre Mariani ook de oud-premier aan de tand te voelen.
Megalomane ambitieDehaene herhaalde meteen dat hij slechts verantwoordelijk is voor het puinruimen na 2008, niet voor de "brandende ruïne" die hij toen aantrof. Al ging hij er bij de start wel van uit dat de kapitaalverhoging de toenmalige problemen had opgelost. "Ik heb toen misschien teveel mijn goed hart laten zien en misschien ook de pretentie gehad dat ik dat kon (...) Had ik toen een due diligence (grondig uitpluizen van de boeken, nvdr.) kunnen doen, had ik waarschijnlijk niet toegezegd".
Grote probleem bij Dexia was volgens Dehaene "de expansie op wereldschaal zonder dat men daar de noodzakelijke financiering voor had". "Die ambitie was megalomaan, maar maakte wel deel uit van de missie om wereldleider te worden. Er kwam weinig of geen reactie op". Bovendien maakte het gebrek aan centralisatie en interne controle dat filialen als het Amerikaanse FSA te veel risico's konden nemen, verduidelijkte hij.
Intrestrisico'sAl hadden ook de toezichthouders vroeger aan de alarmbel moeten trekken, vindt Dehaene. Dat dit niet gebeurde, is volgens hem het gevolg van de "koudwatervrees om tot echt Europees toezicht te komen voor internationale banken". Na 2008 is daar gedeeltelijk werk van gemaakt, maar volgens Dehaene dringt een verdere integratie zich op.
Volgens Dehaene is voorts te lang enkel gefocust op de intrestrisico's en de problemen bij FSA, waardoor de liquiditeitsproblemen veel te lang onbelicht bleven. Al vroeg hij de parlementsleden met aandrang om de context van toen niet uit het oog te verliezen. Een context waarin van een schuldencrisis nog helemaal geen sprake was. Vandaar ook de keuze om in de eerste plaats Amerikaanse obligaties af te bouwen, eerder dan de portefeuille met obligaties uit de PIIGS-landen (Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje). "Obligaties van de VS en andere banken leken ons toen risicovoller", aldus Dehaene.
AfbouwNog meer en sneller obligaties verkopen was echter zeer moeilijk, aangezien "de markten en de Europese Commissie aandrongen op een zekere rentabiliteit", argumenteerde Dehaene. "Veel sneller afbouwen zou ons daar in moeilijkheden gebracht hebben".
Dexia heeft na 2008 dus wel degelijk ten volle ingezet op die afbouw van de obligatieportefeuille, om zo de financieringsnood te verlichten, onderstreepte Dehaene. Die afbouw zag hij als "duidelijk signaal" dat de Belgisch-Franse bank voortaan "enkel nog zou produceren wat het aankon". (belga/odbs)
-
© photo news