Meer dan helft rokers plant om te stoppen 'in nabije toekomst'

07/04/08, 07u32
Bijna 28 procent van de Belgen rookt: ongeveer 22 procent elke dag, de rest noemt zichzelf gelegenheidsroker. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek naar het rookgedrag van de Belgen door de verbruikersorganisatie OIVO.

Opvallend is ook dat meer dan de helft van de rokers (64 procent) van plan is in de nabije toekomst de sigaret te bannen. Maar slechts 26 procent lijkt echt vastbesloten te stoppen.

Het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbuikersorganisaties (OIVO) voerde een grootschalig onderzoek naar het rookgedrag van de Belg. Daaruit blijkt dat maar liefst 28 procent van de Belgen rookt: 22 procent rookt dagelijks, 6 procent af en toe. Het aantal rokers is sinds 1982 wel met een zekere regelmaat afgenomen (toen rookte maar liefst 40 procent van de Belgen) en sinds 2004 is er sprake van een stabilisatie. Volgens OIVO bevestigen die cijfers de impact van beleidsmaatregelen en voorlichtingscampagnes.

De verkoop van sigaretten en sigaren neemt wel al bijna dertig jaar af, en nog in 2007 daalde de officiële verkoop van sigaretten met 6,7 procent ten opzichte van 2006. Bij roltabak is de afname nog opmerkelijker: in 2007 daalde de verkoop met 18,4 procent in vergelijking met het jaar ervoor.

Het zijn vooral mensen jonger dan dertig die regelmatig een sigaret opsteken: zij vertegenwoordigen 38 procent van de rokers. 65-plussers roken het minst. In het Franstalige landsgedeelte wordt nog steeds meer gerookt dan in Vlaanderen (respectievelijk 23 en 21 procent). Vroeger lagen die percentages verder uit elkaar, maar in 2007 nam het aantal Waalse rokers af met 5 procent en steeg het aantal Vlaamse rokers met 4 procent.

Een soortgelijk fenomeen doet zich voor wanneer gekeken wordt naar het geslacht van de rokers: het percentage vrouwen die roken (19 procent) is met 3 procent toegenomen, terwijl het percentage rokers bij de mannen (25 procent) met 4 procent is afgenomen. Het zijn ook de laagste sociale groepen die het meest roken (een stijging met 9 procent), de hoge sociale groepen stoppen het meest (een daling van 6 procent). Daaruit concludeert OIVO dat antirookacties zich beter moeten afstemmen op doelgroepen. De verbruikersorganisatie meent ook dat mensen uit lagere sociale groepen vaker roken vanwege hun moeilijke sociale situatie.

OIVO onderzocht eveneens de intentie om te stoppen met roken. Uit de cijfers blijkt dat zes op de tien rokers overwegen in de nabije toekomst de sigaret te laten. Maar toch lijkt slecht 26 procent van de rokers vastberaden. Vooral jongeren tussen 18 en 29 zijn het meest vastbesloten te stoppen, alsook de rokers uit de lagere sociale groepen. Van hen wil maar liefst 41 procent de sigaret achterwege laten. Toch is het net die groep die het talrijkst opnieuw begint met roken (een stijging van 9 procent sinds 2006). (Lotte Beckers)
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...