De tussenoplossing van Plopsaland voor mensen met een beperking is geen definitieve oplossing en ontlast de pretparkuitbater niet van zijn verantwoordelijk bij mogelijke ongevallen. Dat stelde minister van Economie en Consumenten, Johan Vande Lanotte, vandaag in de plenaire Senaat op een vraag van Helga Stevens N-VA).
Voor een definiteve oplossing is het wachten op de lijst van de verenigingen van mensen met de vaardigheden per beperking. Zolang die lijst er niet is, heeft een vergadering voor het bepalen van een definitieve oplossing volgens de minister geen zin.
Vrijdag maakte Plopsaland bekend dat de pretparkengroep mensen met een handicap die potentieel gevaarlijke attracties willen betreden, een tussenoplossing aanbiedt. Die voorziet dat de begeleiders voortaan een document kunnen ondertekenen, waarmee ze beslissen de toegankelijkheidsvoorschriften van Plopsa niet op te volgen. Vande Lanotte wees erop dat het document de formulering "op eigen initiatief" gebruikt, wat niet hetzelfde is dan "op eigen risico". Wettelijk houdt de ondertekening van het document niet in dat de verantwoordelijkheid bij mogelijk ongevallen verschuift en dus in eerste orde de uitbater verantwoordelijk blijft.
De minister wees er nog op dat Plopsaland zoals overeengekomen was op 24 mei met onder meer de FOD Economie, het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) en de verenigingen voor mensen met een beperking een lijst had neergelegd met de vaardigheden die voor de verschillende attracties vereist worden. Het is echter nog wachten op de lijst van de verenigingen over de vaardigheden per beperking.

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.