Financiering Congo-oorlog verloopt via België

Door: redactie − 13/12/08, 13u53
Rebellenleider Laurent Nkunda heft allerlei belastingen in de door hem gecontroleerde gebieden en kan ook rekenen op de actieve steun van de Rwandese regering.

Uit een nog geheim VN-rapport blijkt dat een Belgisch-Congolese zakenman uit Brugge en twee Belgische ertsbedrijven een cruciale rol spelen in de financiering van het bloedige conflict in Oost-Congo.
De VN-experts tonen ook aan dat zowel Rwanda als Congo actief betrokken is bij de bewapening en ondersteuning van bevriende rebellenbewegingen in Oost-Congo.

Sinds eind augustus woedt in Oost-Congo een nieuwe oorlog die 250.000 mensen op de vlucht deed slaan. Uit een nog niet gepubliceerd rapport van de VN blijkt dat de rebellengroeperingen er voor een belangrijk deel kunnen rekenen op geldstromen uit België. Zo wordt de CNDP van Laurent Nkunda gesteund door de in Brugge wonende zakenman-politicus Raphael Soriano, alias Katebe Katoto.

De VN-onderzoekers konden de hand leggen op bankafschriften waaruit blijkt dat Soriano vanuit België grote sommen geld overmaakte aan de Nkundarebellie. De transacties gebeurden via de ING-rekening van Soriano's echtgenote Nele Devriendt, waarop Soriano een volmacht heeft. Op 7 februari 2006 schreef Soriano een bedrag van 25.000 dollar over naar een rekening van de Banque Commerciale du Rwanda die op naam staat van Elisabeth Uwasse, de vrouw van Laurent Nkunda. Vanuit het ING-filiaal in Brugge werden nog minstens twee belangrijke transacties ten voordele van Nkunda verricht, samen goed voor 80.000 dollar. De VN-experts veronderstellen dat deze betalingen het topje van de ijsberg zijn en dat Soriano wellicht miljoenen dollars aan Nkunda's beweging heeft overgemaakt.

Uit het rapport blijkt dat Nkunda ook kan terugvallen op allerlei belastingen die geheven worden in de gebieden die hij controleert. Zo moet elke familie tien kilo van zijn oogst afstaan en een soort huisbelasting betalen: 5 tot 10 dollar voor een hutje, 20 dollar voor een huis en 30 tot 50 dollar voor een handelszaak. Verder geldt er een wegenheffing en zijn er belastingen op houtskool. Ook een grenspost aan de Congolees-Oegandese grens levert Nkunda honderdduizenden dollars op.

En dan is er nog de handel in grondstoffen, vooral coltan, die voor een groot deel in handen is van het bedrijf Munsad, dat vanuit Goma opereert en dat al jaren in opdracht werkt van het Belgische Trademet. Dit jaar exporteerde Munsad al voor 64.000 dollar aan coltan.

Maar ook de rebellen van het zogenaamde FDLR kunnen voor hun financiering terecht in België. Het FDLR bestaat voor een deel uit de daders van de Rwandese genocide van 1994 en is verantwoordelijk voor veel verkrachtingen in Oost-Congo. Het geld van deze groepering komt vooral voort uit de exploitatie van grondstoffen. De mijnen onder FDLR-controle leveren aan een zestal bedrijven in Bukavu en die leveren op hun beurt aan slechts twee internationale afnemers: het Belgische Traxys en het in Groot-Brittannië gevestigde Afrimex. Volgens de VN-rapporteurs controleert Traxys ook het in Bukavu gevestigde World Mining Company, dat casseriet koopt bij het FDLR.

Tijdens hun onderzoek maakten de VN-onderzoekers gebruik van talrijke en uiteenlopende bronnen: Congolese autoriteiten, hoge officieren, handelaars, VN-verantwoordelijken, gedemobiliseerde rebellen, vertegenwoordigers van bedrijven, bankdocumenten, enzovoort. Op basis daarvan konden ze vaststellen dat de belangrijkste rebellengroepen in Oost-Congo steun krijgen van ofwel Congo, ofwel Rwanda.

Volgens de VN-experts is het overduidelijk dat Laurent Nkunda actief gesteund wordt door de Rwandese regering. Zo zorgen Rwandese officieren voor de rekrutering en het transport van strijders, waaronder kindsoldaten. Kigali zou ook instaan voor wapenleveringen aan Nkunda en Rwandese officieren staan Nkundarebellen bij in de strijd. Zeer belangrijk: toen het offensief van Nkunda tegen het regeringsleger in oktober in een beslissende fase kwam, werden volgens de rapporteurs vanuit Rwanda bombardementen uitgevoerd.

Een ander bewijs voor de samenwerking tussen Rwanda en Nkunda zijn de lijsten van telefoongesprekken tussen beide partijen. Zo gebruikte Nkunda zijn satelliettelefoon bijna dagelijks voor contacten met zeer hooggeplaatste Rwandese militairen. Uit de lijsten zou blijken dat Nkunda ook in contact staat met president Paul Kagame en James Kabarebe, de stafchef van het leger.

De Congolese autoriteiten bieden dan weer actieve steun aan het FDLR en het Pareco. Die laatste groepering bestaat uit zogenaamde Mai Maimilities. Volgens de rapporteurs is de samenwerking tussen regeringsleger en FDLR systematisch en gebeurt ze ook in het openbaar. Het zwakke regeringsleger gebruikt de FDLR-rebellen als huurlingen. Zo ontving het FDLR in augustus een grote hoeveelheid munitie (50.000 kogels) die op klaarlichte dag met legertrucks werden geleverd. Ook hier bleken de lijsten van telefoongesprekken relevant: FDLR-commandanten staan bijna in permanent contact met hooggeplaatste militairen, waaronder de Congolese stafchef en militaire inlichtingenofficieren. Regeringsmilitairen en rebellen ontmoeten elkaar op markten en in bars en de hoge officieren sluiten lucratieve deals.

Ook tussen Pareco en regeringsleger is er een intense samenwerking. Zo konden de VN-onderzoekers gesprekken onderscheppen waaruit blijkt dat tijdens gevechten met Nkundarebellen tactische afspraken werden gemaakt. (Koen Vidal)

mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...