Congo (de DRC) en Rwanda gaan samenwerken om het gevaar te bezweren van de Rwandese Huturebellen die al ruim tien jaar het oosten van Congo onveilig maken. In Nairobi tekenden de ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen vannacht, na een bijna tien uur durende vergadering, een gemeenschappelijke plan om de dreiging van de voormalige FAR-soldaten en interahamwemilities te beëindigen. De tekst werd tevens in hun hoedanigheid als getuigen getekend door gezanten van de Europese Unie, de Verenigde Naties en de Verenigde Staten.
Plan
Volgens het document engageert Kinshasa zich ertoe, tegen 1 december een gedetailleerd plan uit te werken om de ex-FAR (Forces Armées Rwandaises)/Interahamwe te ontwapenen. Aan de Monuc, de VN-missie in Congo, wordt gevraagd steun te verlenen aan de planning en uitvoering van het "antirebellenplan".
Militaire genocide
In het document worden de Rwandese rebellen beschreven als "een militair-genocidaire organisatie". Dat is meteen de eerste keer dat Kinshasa de Rwandese Hutu-extremisten (van wie velen medeverantwoordelijk zijn voor de genocide van 1994) als dusdanig bestempelt.
Sinds 2001 zijn die rebellen verenigd in de, volgens VN-cijfers ongeveer 6.000 man sterke Forces démocratiques de libération du Rwanda (FDLR). Omdat niet weinig FDLR-leden in alle vrijheid door Europa reizen, roepen Kinshasa en Kigali de VN-Veiligheidsraad op, dringend een resolutie goed te keuren die sancties tegen de rebellen oplegt.
Kigali engageert zich om de Congolezen en de VN eerlang een "lijst van door het Rwandese gerecht gezochte volkerenmoordenaars" te bezorgen. Op die lijst prijken naar verluidt 93 namen. (belga/dm)

© De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.