23/10/08, 17u17
Volgens het Poolse Instituut van de Nationale Herinnering (IPN), belast met het onderzoek naar de Poolse collaboratie onder het communisme, was de toenmalige Russische geheime dienst KGB nauw betrokken bij de ontvoering van en de moord op de Poolse priester Jerzy Popieluszko in 1984, zo heeft KerkNet-Vlaanderen vandaag gemeld.
Anticommunistische invloedHet IPN ontdekte nieuwe documenten waaruit blijkt dat de priester na zijn ontvoering werd gevangen gehouden in de Sovjetbasis van Kazun, nabij Warschau. Historicus Jan Zaryn sluit niet uit dat het bevel voor de moord op de aanhanger van Lech Walesa en diens vakbond Solidarnosc rechtstreeks uit het Kremlin in Moskou kwam. Dat gebeurde uit angst voor de groeiende anticommunistische invloed van de katholieke kerk in Polen. De moord was een waarschuwing voor de kerk om zich niet in te laten met de Poolse politiek.
InlichtingendienstDe onthullingen weerleggen volgens het katholieke internetpersbureau de gangbare officiƫle versie. Die gaat er nog steeds vanuit dat Popieluszko, verbeten criticus van het bewind, tijdens de nacht van 19 oktober 1984 door drie agenten van de Poolse inlichtingendienst SB werd ontvoerd, die op eigen initiatief handelden. Zij werden in 1985 veroordeeld voor de moord.
Toch werd volgens KerkNet al eerder vermoed dat de priester op bevel 'van hogerhand' werd ontvoerd en gedood. Dat moet ook blijken uit de sporen van de foltering, die onmogelijk door de drie alleen kunnen zijn veroorzaakt. Volgens Zaryn was het proces, waarbij hooggeplaatste politici zoals generaal Wojciech Jaruzelski buiten schot bleven, slechts een poging om de schade zoveel mogelijk te beperken. (belga/ka)