Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft bepaald dat Rusland en Georgië burgers in de separatistische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië moeten beschermen tegen etnisch geweld. De uitspraak werd gedaan op hetzelfde moment dat de eerste onderhandelingen tussen Georgië en Rusland sinds de oorlog in Genève spaak liepen.
De hoogste rechtbank van de Verenigde Naties droeg beide landen op zorg te dragen voor de bescherming van de inwoners van de regio's die de inzet waren van een vijf dagen durende oorlog in augustus. Verder mogen zij humanitaire hulp niet belemmeren. De uitspraak van het hof is bindend, ook al beschikt het niet over de middelen om naleving ervan te garanderen.
Georgië toonde zich gelukkig met de uitspraak van het hof. Onderminister van justitie Tina Boerjaliana ontkende dat de uitspraak dat alle burgers beschermd moeten worden een verwijt zou zijn aan het adres van haar regering. "In zijn oordeel moet het hof duidelijk maken dat de rechten van iedereen gerespecteerd moeten worden", zei ze.
Ook Rusland was tevreden. "Dit is heel anders dan wat Georgië beweerde. Wij gaan uiteraard gewoon door met het naleven van onze verplichtingen", aldus de Russische woordvoerder Roman Kolodkin. (novum/ap/bdr)

© De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.