15/10/08, 12u34
Terwijl de president en de premier weer een nieuw robbertje vechten om de titel van 'Belangrijkste Man in Polen', schaamt de Poolse bevolking zich over haar leiders en de smet die zij het Poolse blazoen in het buitenland toebrengen, zo blijkt uit twee opiniepeilingen.
Ruzie over bijwonen Europese topTussen de ultraconservatieve president Lech Kaczynski en de "liberale" premier Donald Tusk botert het al niet sedert Tusk na verkiezingen tweelingbroer Jaroslaw van de president uit het zadel lichtte. Kaczynski, die nu tot het oppositiekamp behoort, en Tusk zitten elkaar in de haren over wie Polen mag/moet vertegenwoordigen op de tweedaagse EU-top in Brussel. In principe is het antwoord simpel: het buitenlands beleid is traditioneel een zaak voor de premier (en/of zijn ministers van Buitenlandse Zaken en Financiën). Maar de grondwet is ter zake ambigu, en laat nu Kaczynski de constitutie in zijn voordeel interpreteren om acte de présence te geven in Brussel. Blijf astublieft weg, smeekte minister van Buitenlandse Zaken Radoslaw Sikorski op de televisie, maar dat mocht niet baten: Kaczynski huurde woensdag een vliegtuig en is op weg naar de Europese hoofdstad. Of er nu een extra stoeltje aan tafel moet geschoven worden en een extra bestek voor de dis, is nog niet duidelijk.
Plaatsvervangende schaamte
Uit opiniepeilingen blijkt dat 77 (enquete van GfK) tot 85 procent (van PBS) van de Polen last heeft van plaatsvervangende schaamte voor de politieke vertoning. Zondebok is vooral de president: 63 procent vindt dat Tusk Polen op de EU-top moet vertegenwoordigen, 23% geeft de voorkeur aan de president. (belga/vsv)