Op olifanten jagen is niet noodzakelijk slecht voor Afrika
De West-Vlaamse zakenman Geert pronkt met zijn versgeschoten olifant in de Telefacts-reportage van dinsdagavond. Wie een olifant of leeuw wil neerschieten, betaalt daarvoor ongeveer 18.000 euro. (Foto VTM)
'Olifanten, bizons,.. het doet er niet toe. Al dat sentimentele gedoe is niet aan mij besteed.' Telefacts zond gisteren een reportage uit waarin een West-Vlaming zich voor grof geld uitleeft tijdens een partijtje olifantenjagen in Zimbabwe.
Hoewel de beelden onthutsend zijn, meent het
WWF dat de voordelen van trophy hunting groter zijn dan de nadelen. 'Als er aan strikte voorwaarden voldaan worden.'
Zo profiteert ook de lokale bevolking mee van het geld dat rijke westerlingen over hebben voor het schieten op wild.
In de VTM-reportage is te zien hoe de West-Vlaamse zakenman Geert in Zimbabwe tien dagen lang op zoek gaat naar de perfecte olifant. Het doel van zijn reis: terugkeren naar België met twee slagtanden. Olifanten met nog maar één slagtand volstaan niet, en na enkele vruchteloze jachtdagen wordt er uit verveling dan maar een impala neergeschoten.
"Ik ga hem laten opzetten en bij mij thuis in de gang zetten", aldus Geert. "Olifanten, bizons,... het doet er niet toe", vertelt jachtbegeleider Hubert. "Al dat sentimenteel gedoe is niet aan mij besteed. Het is pas sinds Bambi in de cinema begon te spreken dat mensen denken dat dieren redeneren zoals mensen. Onzin." Enkele dagen later is het prijs, en de West-Vlaming poseert trots op een zopas neergeschoten olifant. Hoeveel Geert hiervoor veil had, wil hij niet kwijt.
Westerlingen die naar Afrika trekken om voor grof geld olifanten, leeuwen, nijlpaarden en ander wild neer te schieten: trophy hunting is een praktijk die enigszins grof oogt, maar niet nieuw is. Doel van de jagers is om naar huis terug te keren met slagtanden, een gewei of een luipaardenvel. En foto's waarop triomfantelijk geposeerd wordt met de onfortuinlijke prooi. Wie een olifant of leeuw wil neerschieten, betaalt daarvoor ongeveer 18.000 euro, leert het internet. Een buffel doden kost 8.500 euro. Jaarlijks trekken enkele honderden Belgen daarvoor naar Afrika, meent Jef Schryvers, directeur van de jachtvereniging Hubertus Vlaanderen. "Maar de meeste jagers trekken tegenwoordig naar Engeland, Schotland en Polen", weet Schryvers. Schotland is populair voor zijn eendenjacht, in Polen zijn het vooral everzwijnen en herten.
De praktijk kan zelfs op enige goedkeuring rekenen van natuurorganisatie WWF. "Zolang aan enkele strikte voorwaarden wordt voldaan, zijn de voordelen groter dan de nadelen", meent woordvoerder Jan Derom. Belangrijk is immers dat de jachtquota, het aantal dieren dat jaarlijks neergeschoten mag worden, vastgelegd wordt op een wetenschappelijke basis, opdat de populatie niet in de problemen komt. "En het geld dat de jagers betalen aan jachtvergunningen moet terugvloeien naar de lokale gemeenschap door het te gebruiken voor investeringen in natuurbehoud, scholen, ziekenhuizen en waterputten. Daarbij krijgt de lokale bevolking vaak het vlees van de neergeschoten dieren."
De voordelen zijn volgens Derom duidelijk: "De bevolking profiteert van de jacht en beseft daardoor dat het belangrijk is om het ecosysteem en de dieren te beschermen. Ze krijgen vlees en moeten zelf niet op jacht, en de illegale jacht neemt af doordat de controle verscherpt wordt." Daarbij kan de gecontroleerde jacht ook de populaties versterken. "Oude mannetjesolifanten zullen immers geen goede nakomelingen meer maken. Als die door jagers worden neergeschoten, krijgen de jonge olifanten meer kans om zich voort te planten, en wordt de populatie zo sterker en gezonder. Stropers maakt het niet uit of ze nu een jonge olifant of moeder met jong neerschieten", aldus Derom.
Volgens WWF-waarnemers in Zimbabwe is het trofeejagen er erg goed geregeld. "De Zimbabwaanse regering heeft zelfs, ondanks de woelige politieke situatie, een initiatief gelanceerd waarmee het buurlanden rond de tafel wil krijgen. Bedoeling is de jachtregels te uniformiseren."
Of in Zuid-Afrika, ook een populair land voor trofeejagers, de lokale bevolking even veel profiteert van de rijke jagers, valt te betwijfelen. Daar hebben jagers immers geen jachtvergunning nodig, weet de Belg Xavier Thienpont, die er een jachtdomein uitbaat en zo'n vijftien mensen tewerkstelt. "De jagers kunnen terecht op mijn privédomein, maar ook in andere farms, gronden die variëren tussen 1.500 en 15.000 hectare", aldus Thienpont. Er blijkt voor elk wat wils te zijn: antilopen en buffels, maar ook neushoorns, luipaarden en nijlpaarden. Die worden hiervoor ook speciaal gekweekt. "Jaarlijks krijg ik een dertigtal Belgische jagers op bezoek, zowat de helft van mijn cliënteel", aldus Thienpont. "De rest zijn Fransen, Nederlanders, Amerikanen en Canadezen." Thienpont meent ook dat de toekomst van de jacht in Afrika ligt. "In Europa zijn er immers steeds minder jachtgebieden." (Lotte Beckers)