Tien medeverdachten van de vermoedelijke Belgisch-Marokkaanse terreurleider Abdelkader Belliraj werden door hun families als vermist opgegeven in de periode voorafgaand aan de officiële datum van hun arrestatie. Dat melden de drie belangrijkste Marokkaanse mensenrechtenorganisaties.
Volgens officiële politiebronnen werd Belliraj op 18 februari aangehouden bij het verlaten van hotel Fashion in Marrakech. Dat hotel werd gerund door zijn broer Salah Belliraj, die eveneens werd gearresteerd.
Maar in Marokko gonst het van de geruchten dat Belliraj al enkele weken vroeger werd opgepakt. Belliraj, die er door de Marokkaanse justitie van verdacht wordt de chef te zijn van een door Al Qaida geïnspireerde terreurorganisatie, zou België verlaten hebben op 10 januari. Hij ging met de trein van Gent naar Zaventem en nam daar een vlucht van Air Maroc. Drie dagen na zijn aankomst in Marokko, rond 15 januari, zou hij al zijn opgepakt, wellicht niet door de politie maar door een van de Marokkaanse geheime diensten.
"Het is onduidelijk op welke datum Belliraj werd gearresteerd", zegt zijn Belgische advocaat Abderrahim Lahlali. "Of mijn cliënt op een andere datum dan 18 februari werd aangehouden, moet nog bewezen worden", stelt zijn Marokkaanse advocaat Mohamed Ziane. "En de politie zal me die bewijzen niet geven."
De kwestie heeft zijn belang, want volgens de Marokkaanse wet kunnen terrorismeverdachten maximaal gedurende twaalf dagen worden vastgehouden zonder een inbeschuldigingstelling door de onderzoeksrechter. Als kan bewezen worden dat Belliraj niet op 18 februari maar een maand eerder werd opgepakt, dan heeft de Marokkaanse justitie een zware procedurefout gemaakt. "In dat geval is de hele procedure nietig", besluit advocaat Ziane.
Volledig ondenkbaar is dit scenario niet, want volgens Marokkaanse mensenrechtenorganisaties werden 10 van de in totaal 35 arrestanten die behoren tot het netwerk van Belliraj nog voor hun arrestatie door hun families opgegeven als vermist. De ngo's Association Marocaine des Droits Humains (AMDH), Mountada Al Karama pour les Droits de l'Homme en een derde Marokkaanse vereniging voor de rechten van de mens stuurden nog voor 18 februari een brief naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en het directoraat-generaal van de Nationale Veiligheid om te protesteren tegen de 'verdwijning' van de tien.
Hun families hadden tussen 29 januari en 8 februari een klacht ingediend omdat ze werden vermist. Ze woonden in Casablanca, Rabat, Kénitra, Oujda, Safi en andere plaatsen in Marokko. Pas na 18 februari werd de informatie over hun verdwijning door de ngo's openbaar gemaakt en werden hun namen gepubliceerd. De zaak kreeg evenwel nauwelijks media-aandacht. "Dergelijke informatie ligt in Marokko zeer gevoelig", zegt een insider.
Een van de tien verdachten die verdwenen voor hun arrestatie, is Jamal El Bay, die zeer belastende verklaringen heeft afgelegd over de rol die Belliraj heeft gespeeld als opdrachtgever van zes politiek-ideologisch gemotiveerde moorden die in de jaren tachtig in ons land werden gepleegd. Volgens zijn advocaten ontkent Belliraj overigens dat hij als informant voor een geheime dienst heeft gewerkt. "Wel geeft hij toe dat hij informatie over moslimextremisten heeft doorgespeeld aan de Belgische overheid", zegt zijn advocaat. "Men had weet van de buitenlandse reizen die hij heeft gemaakt. Belliraj hoopt nu op een tussenkomst in zijn voordeel van de diensten die hij heeft gediend." (Georges Timmerman)

© De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.