Italië stelt voor het eerst enkele brieven tentoon van ex-premier Aldo Moro. Het Zuid-Europese land doet dit ter gelegenheid van de herdenking van slachtoffers van terroristisch geweld in Italië, die morgen plaatsvindt. In 1978 ontvoerde de linkse terreurorganisatie De Rode Brigade de christen-democratische premier om hem vervolgens op 9 mei te vermoorden. Tijdens de gijzeling, die bijna twee maanden duurde, schreef hij diverse brieven aan zijn familie en aan politici.
Vorig jaar werden elf van deze brieven, die door het Romeinse gerechtshof in beslag waren genomen, overgedragen aan het staatsarchief, waar ze zijn gerestaureerd. Een deel van de brieven wordt vanaf morgen tentoongesteld in het presidentieel paleis, waar ze tot 18 mei te zien zijn.
Grote schok
De ontvoering van Aldo Moro is nog steeds een zwarte bladzijde in de Italiaanse geschiedenis en veroorzaakte destijds een grote schok in heel Europa. Moro had voor het eerst steun gekregen van de communistische partij voor een christendemocratische regering, maar hij werd ontvoerd op de dag dat de nieuwe regering onder leiding van Giulio Andreotti aantrad. Andreotti heeft nooit willen onderhandelen met de Rode Brigades over een mogelijke vrijlating van zijn collega, wat hem veel kritiek opleverde.
Eind maart werden originele pamfletten van de Rode Brigades, waaronder de aankondiging van het doodsvonnis van Moro, op een veiling in Milaan verkocht. De Italiaanse politicus Marcello Dell'Utri, boezemvriend van Berlusconi, betaalde er 17.000 euro voor.

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.