29/06/10 19u09
Koning Albert II en koningin Paola werkten vandaag, aan de vooravond van de eigenlijke viering van 50 jaar Congolese onafhankelijkheid, een klassiek programma af in Kinshasa, zoals we dat van het vorstenpaar bij buitenlandse reizen gewoon zijn. Rode draad: een bezoek aan plekken/projecten met een Belgische link. Het échte Congo kreeg de vorst dus niet te zien.
Zo trok koning Albert in de voormiddag naar de scheepswerf van de Groupe Chanic, die in 1927 werd opgericht door de Société Générale de Belgique, bepaalde filialen daarvan en Cockerill. De scheepswerf ligt trouwens exact op de plaats waar de ontdekkingsreiziger Stanley eind 1881 zijn eerste kamp opsloeg.
Stanley stuurde de eerste boten - gemaakt door Cockerill - de Kongo-stroom op, om zo de industrialisatie van het land mogelijk te maken. Koning Albert kreeg dinsdag een replica van de allereerste boot, de "En Avant", in koper overhandigd.
Uren onderwegDe scheepswerf van de Groupe Chanic is een van de laatste actieve sites van scheepsbouw in Centraal-Afrika. In Congo werken meer dan 500 mensen voor de groep, het merendeel Congolezen. Zij hebben soms uren nodig om naar hun werkplek en terug naar huis te geraken.
Voorzitter van de raad van bestuur Vincent Bribosia geeft toe dat het moeilijk is om Congolezen met de "nodige competenties" te vinden. Concurrentie van de Chinezen, die in Congo massaal wegen aan het aanleggen zijn, vreest hij evenwel niet. "Wat zij doen, is ook voor ons bedrijf een goede zaak."
Voor koning Albert naar de scheepswerf trok, had hij er met koningin Paola al een bezoek opzitten aan de Belgische scholen Prins van Luikschool en Lycée Prince de Liège. De koningin bracht in de voormiddag ook nog een bezoek aan het Institut National de Préparation Professionnelle (INPP), dat opleidingen aanbiedt in een waaier aan domeinen en steun krijgt van de Franse Gemeenschap. (belga/sps)