Groot-Brittannië zag Irak voor oorlog niet als bedreiging

Door: redactie − 25/11/09, 20u53
Toenmalig Brits premier Tony Blair bezocht de Britse troepen in Basra in december 2004.

Voor de oorlog van 2003 stond Irak in Groot-Brittannië niet hoog op het lijstje van landen die met massavernietigingswapens konden dreigen. Harde bewijzen dat de Iraakse dictator Saddam Hoessein zich met chemische of biologische wapens bezighield, ontbraken volgens een voormalige medewerker van het minister van Buitenlandse Zaken in Londen. Van aanwijzingen voor een link tussen Irak en het terreurnetwerk al-Qaida zou evenmin sprake geweest zijn.

William Ehrman, ex-directeur Internationale Veiligheid van het Britse ministerie, doet zijn uitspraken voorafgaand aan het onderzoek naar het Irakbeleid van de Britse regering.

Geen massavernietigingswapens
Volgens Ehrman ging men er van uit dat het Iraakse atoomprogramma "onvolledig" was. Toenmalig premier Tony Blair legitimeerde de rol van Groot-Brittannië aan de zijde van de VS in de oorlog nochtans met de dreiging van massavernietigingswapens. Later bleek dat argument niet te kloppen.

Libië en Iran gevaarlijker
Luttele dagen voor de inval in Irak werd de Britse regering ingelicht dat Saddam vermoedelijk geen chemische wapens kon gebruiken, stelt Ehrman. Een andere, hooggeplaatste medewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Tim Dowse, stelt eveneens dat Irak niet als een grote bedreiging beschouwd werd. "Libië en Iran stonden wat ons betreft hoger op het lijstje dan Irak." Dowse stelt overigens dat tussen al-Qaida en Irak geen verband bestond. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 wilde Irak zich precies meer distantiëren van de terreurorganisatie. (afp/lb)

mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...