Drie maanden voor Muriel Degauque een zelfmoordaanslag pleegde op een Amerikaans konvooi in Irak, wisten sommige parlementsleden al dat de Belgische inlichtingendiensten op het spoor waren van de kamikaze en haar medestanders.
De Staatsveiligheid zorgde er echter voor dat het parlement en het Comité I, dat toezicht moet houden op de inlichtingendiensten, niets over het onderzoek te weten kwamen. Dat blijkt uit onderzoek van De Morgen.
"Ik wens een onderzoek te openen betreffende de opvolging door de inlichtingendiensten van de verplaatsingen van personen die via België reizen en/of ons land verlaten naar Irak", zo schreef toenmalig Senaatsvoorzitster Anne-Marie Lizin (PS) op 22 juli 2005 in een brief aan het Comité I. "Het blijkt dat dergelijke verplaatsingen niet onschuldig zijn en bijzondere aandacht verdienen. Is de opvolging toereikend? Worden dergelijke verplaatsingen regelmatig gecontroleerd?"
Lizin had blijkbaar lucht gekregen van een onderzoek van de geheime diensten naar de zogenaamde Irakfilière.
Geheimzinnigheid
Op vraag van Lizin begon het Comité I op 31 augustus 2005 met een toezichtsonderzoek. Hoewel het comité wettelijk over alle bevoegdheden beschikt om documenten en andere informatie op te vragen, liep het dit keer tegen een muur van geheimzinnigheid. Zowel de Staatsveiligheid als de militaire inlichtingendienst ADIV bleken al jarenlang, elk apart, op de Irakfilière te werken. In weerwil met de gesloten samenwerkingsakkoorden tussen beide diensten, weigerden ze echter hun informatie aan elkaar door te geven.
Om te verhinderen dat het parlement en de rivaliserende inlichtingendienst inzage zouden krijgen in het dossier over Degauque en haar medestanders, besloot de Staatsveiligheid meteen na de start van het onderzoek van het Comité I om het dossier over te maken aan federaal procureur Johan Delmulle. Vanaf dat moment werd het een gerechtelijk dossier, dat ontoegankelijk was voor het Comité I. De parlementaire controle werd op die manier buitenspel gezet.
De federaal procureur deed een beroep op de antiterrorisme-eenheid van de federale politie, die begon met het afluisteren en observeren van de groep rond Degauque en haar echtgenoot Issam Goris. Zelfs toen het paar Goris-Degauque in oktober 2005 naar Italië reed, in Brindisi de boot nam richting Turkije en doorreed naar Syrië, greep de federale politie niet in. Alles lijkt erop te wijzen dat de Belgische autoriteiten besloten hadden om beide moslimextremisten ongestoord te laten vertrekken en 'uit te leveren' aan de Amerikaanse militairen in Irak.
Mogelijk werd Degauque niet tijdig onderschept, want ze wist op 9 november 2005 een zelfmoordaanslag te plegen in de streek van Baqubah. Ze probeerde met een auto vol explosieven in te rijden op een Amerikaans konvooi, maar de explosieven zouden te vroeg zijn afgegaan zodat er alleen lichtgewonden vielen.
Het was ook op basis van door de federale politie afgeluisterde telefoongesprekken dat het Amerikaanse Special Forces enkele dagen later Goris konden lokaliseren en vervolgens neerschieten. Over de precieze omstandigheden van beide incidenten geven de Amerikanen evenwel geen details. Pas nadat het verhaal van Degauque de wereldpers had gehaald, schoot de politie in actie en werd het netwerk rond Degauque opgerold. "Voor wie heeft de Staatsveiligheid eigenlijk gewerkt in dit dossier?", vraagt een insider. "Voor België of voor de VS?"
Merkwaardige conclusies
Het onderzoek van het Comité I kwam tot merkwaardige conclusies. "Het besluit van dit onderzoek luidt dat de Staatsveiligheid niet in staat is om stelselmatige controles te verrichten van dit soort verplaatsingen van personen", zo staat in het Verslag naar het onderzoek betreffende de opvolging van het radicale islamisme door de inlichtingendiensten, dat in april van dit jaar werd gepubliceerd. "De Staatsveiligheid verklaart dat dergelijk stelselmatige controle trouwens illusoir is, gelet op het veelvoud van de gebruikte routes, de informele aard van de (opgerolde) netwerken evenals de doorlaatbaarheid van de Europese grenzen."
De militaire inlichtingendienst ADIV verklaarde "geen bijzondere aandacht" te besteden aan de Irakfilière, "wegens een gebrek aan personeel en een gebrek aan input" en stelde evenmin geen stelselmatige controles uit te voeren. (Georges Timmerman)
De Persgroep Digital. Alle rechten voorbehouden.