16/09/09, 12u19
Eén op de drie Nederlandstalige inwoners van de Vlaamse rand rond Brussel stoort zich aan het gebruik van andere talen in openbare plaatsen in hun gemeente. Dat blijkt uit een onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel.
Nederlandstalige randinwoners zijn een pak gevoeliger voor het respecteren van de taalwet in hun gemeente dan Franstalige of tweetalige inwoners. Vooral oudere Nederlandstaligen verlangen dat het Nederlands de algemene voertaal is op openbare plaatsen. De helft tot driekwart van de Nederlandstaligen wil in het Nederlands communiceren op openbare plaatsen.
Tweetalig onderwijs en opschriftenToch betekent dat niet dat ze altijd naar die principes handelen. Zo verklaart één op de drie toch gewoon over te schakelen op de andere taal in concrete situaties. Een kleine groep (4 tot 9 procent) breekt in een dergelijke situatie de communicatie af en gaat weg.
De Franstalige inwoners van de rand rond Brussel geven minder om de taalwetgeving. Ze zijn haast unaniem voorstander van tweetalig onderwijs en vinden tweetalige opschriften in het openbaar geen probleem. De Franstaligen hebben geen enkel probleem met reclame die niet in het Nederlands is opgesteld, terwijl de helft van de Nederlandstaligen zich daaraan stoort. (belga/ka)