Letterlijk: de brief van Jean van der Eecken

13/03/09, 07u30
Hieronder vindt u de brief die kamervoorzitter Jean van der Eecken schreef aan commissievoorzitter Bart Tommelein.

Mijnheer de voorzitter,

Ingevolge een beschikking van heden van de eerste voorzitter van het hof van beroep alhier ben ik aangewezen ten einde de bevoegdheden bepaald in artikel 410 van het Gerechtelijk Wetboek uit te oefenen.

In het kader van deze bevoegdheid heb ik kennis dienen te nemen van de stukken van het tuchtonderzoek met betrekking tot de schending van het geheim van het beraad in de Fortis-zaak, nadat dit tuchtonderzoek door de onderzoekende magistraat werd afgesloten en het dossier werd overgemaakt.

Uit het tuchtonderzoek, vergeleken met de publieke verklaringen afgelegd in de commissie die U voorzit blijkt dat er essentiƫle tegenstrijdigheden bestaan tussen verklaringen in het tuchtdossier afgelegd en de verklaringen uit dezelfde mond, afgelegd in de publieke zitting.

Ik acht het mijn ambtsplicht om u deze naakte vaststelling mee te delen.

Met de meeste hoogachting,
De Kamervoorzitter,
J. van der Eecken
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...