Londers blijft bij beschuldigingen in Fortiszaak

Door: redactie − 03/03/09, 01u28
Ghislain Londers werd als laatste getuige gehoord door de Fortis-onderzoeksommissie.

dm UPDATE

Ghislain Londers, de voorzitter van het Hof van Cassatie heeft voor de Fortis-onderzoekscommissie getuigd dat hij zich gesterkt voelt in zijn overtuiging dat er belangrijke aanwijzingen zijn van politieke beïnvloeding van het Fortis-proces. "Mijn initiatief was enkel ingegeven door mijn bekommernis voor de instellingen en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht (...). Ik heb nooit personen, partijen of de politiek geviseerd, maar mijn nota is een element in een politiek machtsspel geworden."

Laatste getuige
Londers werd gisteravond als laatste getuige van de dag gehoord. Dat gebeurde na de procureur-generaal bij Cassatie Jean-François Leclercq. De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie staat op verschillende punten lijnrecht tegenover Leclercq. Dat bleek eerder al en werd in de commissie bevestigd.

Van Rompuy
Londers legde eerst een verklaring af waarin hij stelde verrast en zelfs geschrokken te zijn door de reacties op het initiatief om toenmalig Kamervoorzitter Herman Van Rompuy een nota te overhandigen waarin hij gewag maakt van ernstige aanwijzingen van politieke beïnvloeding in het Fortis-proces. Dat gebeurde op 18 december. Een dag later bezorgde hij op vraag van Van Rompuy een uitgebreidere nota waarin hij zijn conclusies kracht bij zette.

Vandeurzen
Volgens Londers werd de uitgebreidere nota vergezeld van een begeleidende brief waarin hij zijn demarche kadert en uitlegt dat hij de stap "met pijn in het hart zet". Londers wijst er in de brief op dat hij een uitstekende relatie heeft met Justitieminister Jo Vandeurzen en het zou betreuren dat de projecten die ze samen hebben opgezet in gevaar zouden komen. "Ik waardeer het werk van Vandeurzen en de manier waarop hij dat doet ten zeerste", luidt het in de brief.

Annemans
Londers zei te betreuren dat zo weinig aandacht werd besteed aan die begeleidende brief. Vlaams Belang-fractieleider Gerolf Annemans merkte echter op dat die brief niet samen met de ondertussen beruchte nota wereldkundig werd gemaakt. De onderzoekscommissie kreeg er pas in de loop van februari kennis van.

Merkwaardig
In die begeleidende brief stond onder meer nog dat het gerechtelijk dossier zich niet - zoals het hoort - op de griffie, maar op het kabinet-Vandeurzen bevond toen Londers het wilde inkijken om zijn uitgebreidere nota te schrijven. Er bestaat volgens de eerste voorzitter van Cassatie misschien een wettelijke uitleg voor, maar toch noemde Londers de omstandigheden waarmee het werd opgehaald "nogal merkwaardig". De procureur-generaal van het Brusselse hof van beroep Marc de le Court - die door Vandeurzen werd ingeschakeld om na te gaan of alles in het dossier wel goed verliep - liet het ophalen zonder overleg met de voorzitter van het hof van beroep Guy Delvoie.

Oorlog
Hoe dan ook zei Londers te betreuren dat zijn initiatief meteen werd vertaald in een conflict tussen gerecht en politiek en werd geassocieerd met afrekeningen of een oorlog tussen rechters. Hij wilde naar eigen zeggen gewoon een bijdrage leveren in de discussie. "Er was toen al sprake van een Fortis-commissie. Mijn initiatief was enkel ingegeven door mijn zorg voor de instellingen en de onahankelijkheid van de rechterlijke macht. Ik heb nooit personen, partijen of dé politiek geviseerd. Mijn nota is echter een element geworden in een politiek machtsspel. Ik was de controle over mijn nota al gauw kwijt. Men kan mij een naïeve man noemen, maar ik ben er niet rauwig om dat ik op mijn leeftijd een zekere onbevangenheid kan bewaren. Liever naïef dan cynisch (...) Het enige wat men mij kan verwijten, is dat ik de gevolgen van mijn demarche slecht heb ingeschat", verklaarde Londers, die er nog aan toevoegde niet te aanvaarden dat men het ontslag van Leterme, Vandeurzen of de regering in zijn schoenen wil schuiven.

Geen wettelijke basis
Londers gaf toe dat zijn demarche geen wettelijke basis heeft. In tegenstelling tot het parket beschikt de zetelende magistratuur niet over een officiële vertegenwoordiger die in naam van de groep spreekt. "Ik heb als hoogste magistraat van het land mijn verantwoordelijkheid opgenomen", klonk het. De eerste voorzitter van Cassatie zei er ondertussen nog meer dan eind vorig jaar overtuigd te zijn van zijn conclusies. Hij baseerde zich als toezichthouder op het hof van beroep vooral op de vaststellingen van de voorzitter van dat hof Guy Delvoie, maar wanneer alle elementen werden samengelegd met de brief waarin toenmalig premier Yves Leterme zijn relaas van de feiten gaf, werd volgens Londers veel duidelijk. "Er zijn geen juridische bewijzen, maar een samenloop van vermoedens kunnen ook een juridisch bewijs vormen."

Perceptie
In antwoord op de beschuldiging van MR-fractieleider Daniel Bacquelaine dat de conclusie enkel op een overtuiging en perceptie is gebaseerd, verwees Londers verwees onder meer naar informatie over de beraadslaging binnen de 18de kamer van het Brusselse hof van beroep die op bepaalde kabinetten al bekend was, via de man (CD&V'er Jan De Groof) van een van de drie rechters (Christine Schurmans), die het arrest wegens ziekte niet ondertekende.

Terughoudend
Hij verwees ook naar de vraag die de Federale Investerings- en Participatiemaatschappij te elfder ure indiende om de debatten te heropenen en het feit dat Vandeurzen de procureur-generaal van het hof van beroep Marc de le Court inschakelde. "Het gaat hier zelfs niet over de vraag of dat gebeurde op basis van artikel 140 van het strafwetboek of niet. De staat was belanghebbende partij in het proces en daarom diende de minister van Justitie zich terughoudend op te stellen", dixit Londers.

Klacht
Londers vindt dat het kabinet van de premier klacht had moeten indienen toen De Groof informatie over de beraadslaging van de 18de kamer doorspeelde. "De vergelijking met een wildplasser is hoogst merkwaardig. Ik hoop dat die niet van meneer Leclercq komt. Het gaat om informatie die bij de eerste minister zit en een magistraat van het hof van beroep. En daartussen zit het fundamentele beginsel van de geheimhouding van de beraadslaging, een hoeksteen van ons systeem. Daar wordt niet mee gesold. Als dat niet moet worden gemeld, nodig ik jullie uit een voorbeeld te geven van wanneer dat wel moet gebeuren".

Gesloten deuren
Londers, die nadien nog kort achter gesloten deuren met de commissie vergaderde, gaf de commissie nog mee dat hij ervoor gekozen heeft om zijn versie van de feiten eerst aan de onderzoekscommissie te bezorgen. Dat heeft hij de Hoge Raad van Justitie ook laten weten. Ondertussen zit de commissie nog altijd samen. Zij tracht het eens te raken over wie wanneer nog voor de commissie zal moeten verschijnen. (belga/kh)

mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...