De experten die werden aangesteld door de Fortis-onderzoekscommissie concluderen vandaag dat die commissie de onderzoeksopdracht waarmee ze is belast, niet kan uitvoeren. Dat staat in het unanieme verslag dat de experten vandaag voorstelden.
De voorwaarden waaronder de parlementaire onderzoekscommissie naar de schending van de scheiding der machten in het Fortis-dossier haar opdracht kan uitvoeren, parallel met lopende gerechtelijke of disciplinaire procedures, zijn op dit ogenblik onbestaande.
Manoeuvreerruimte
De vier experten - Jean Dujardin, Jean-François Van Drooghenbroeck, Adrien Masset en Frans Vanistendael - hadden van de commissie drie weken de tijd gekregen om hun verslag op te stellen. Ze moesten nagaan wat de manoeuvreerruimte van de onderzoekscommissie is. Hun conclusie in het verslag dat er op minder dan een week kwam, is hard.
De onderzoeksopdracht die aan de commissie werd toevertrouwd, houdt een dubbele schending in van de scheiding der machten, luidt het.
Ze concluderen onder meer dat indien de commissie hun advies naast zich neer zou leggen en zou beslissen haar onderzoek zonder meer voort te zetten, het verloop van het onderzoek, zijn doeltreffendheid, wettelijkheid en geloofwaardigheid ernstig zullen worden gecompromitteerd, rekening houdend met de elementaire eerbiediging van de grondrechten die toekomen aan de personen die bij dit verdere onderzoek zouden betrokken zijn.
"Alleen maar verlies bij conflict tussen overheden"
Het viertal merkt op dat "onze rechtstaat alleen maar kan verliezen bij een conflict tussen overheden dat (...) uiteindelijk zou moeten worden beslecht in een vernederende procedure voor een supranationaal rechtscollege. Gezien het voorwerp van het onderzoek waarmee uw commissie is belast, is dat risico jammer genoeg wel heel reëel", luidt het.
Ze wijzen er voorts op dat hoewel de Fortis-procedure haar beslag nog lang niet heeft gekregen in de rechtbank, de commissie reeds het onderzoek zou aanvatten naar de incidenten waarvan ze kennis zou dragen.
Inmenging onhoudbaar
"Die inmenging wordt onhoudbaar in het licht van de
samenhang tussen enerzijds de verklaringen en de vermoedelijke procedurele gevolgen van de contacten waarop het parlementair onderzoek betrekking heeft, en anderzijds de geschilpunten die zouden moeten worden besproken in de rechtscolleges waarbij de toekomstige beroepen aanhangig worden gemaakt", luidt het.
De experts voeren aan dat de onderzoekscommissie op een verbod stuit om zich te mengen in een lopende gerechtelijke procedure, dat er de waarborgen van een eerlijk proces zijn en dat er sprake is van een ongrondwettige bevoegdheid. Het "belangrijkste en onoverkomelijke struikelblok" slaat op de gerechtelijke Fortis-procedure, die bij het hof van beroep loopt.
"Precies omdat die procedure nog altijd aan de gang is, omdat ze bij het hof van beroep te Brussel of bij het Hof van Cassatie of nog bij een andere beroepsinstantie aan nieuwe ontwikkelingen onderhevig kan zijn, lijkt ze ons, in naam van de scheiding der machten, te moeten worden afgeschermd tegen alle onderzoeken, reflecties en conclusies die uw commissie nog van plan is te ondernemen", aldus nog de experten, die ook verwijzen naar rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Hoge Raad voor Justitie
Wat de waarborgen op een eerlijk proces betreft, wijzen de experts op het bestaan van het beroepsgeheim en op de bescherming van het vermoeden van onschuld. Op het vlak van de constitutionele bevoegdheid, stellen de experts dat de onderzoeksopdracht van de commissie tot het takenpakket van de Hoge Raad voor de Justitie behoort.
De experts stellen nog dat het niet zo is dat er buiten een parlementaire onderzoekscommissie geen juridische middelen bestaan om de waarheid te achterhalen. Alleen moet men de moed hebben om volgens de geldende rechtsregels de strafrechtelijke of disciplinaire procedures in te leiden, indien men overtuigd is dat er wetsovertredingen werden begaan, het vertrouwen hebben in de gang van het gerecht en - misschien het moeilijkste, dixit Vanistendael - het geduld om de afloop van de gerechtelijke procedures af te wachten.
Afzien van onderzoek
De commissie zou "de scheiding der machten en de rechtsstaat alle eer aandoen door af te zien van het onmiddellijk doorvoeren van haar onderzoek", gaan de experts voort. "Door deze houding aan te nemen, zou zij vermijden het verloop en de uitkomst te comprommiteren van deze andere rechtsgangen, die wel volledig gerechtvaardigd zijn".
Tot slot zeggen de experts dat ze geen assistentie meer zullen verlenen in de mate dat de commissie in strijd met hun advies verdere onderzoeksdaden zou willen stellen, met name in verband met opsporingen en hoorzittingen. (belga/mvdb)

© De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.