België weigert familie vermoorde Oulematou schadevergoeding
De nabestaanden van Oulematou Niangadou, de Malinese vrouw die in mei 2006 door Hans Van Themsche werd doodgeschoten, krijgen geen schadevergoeding van de Belgische staat. Dat vernam De Morgen. De rechter kende de familie minstens 71.500 euro toe, een bedrag dat nog kan oplopen tot een veelvoud van die som. Maar omdat Oulematou geen geldige verblijfsvergunning had toen ze vermoord werd, weigert de staat de schadevergoeding nu te betalen.
Van Themsche werd voor het Hof van Assisen veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor de moorden op Luna Drowart en haar Malinese oppas Oulematou Niangadou, en voor de moordpoging op Songul Koç. De veroordeelde moest ook forse schadevergoedingen betalen aan zijn slachtoffers en hun nabestaanden. De totale som werd vastgelegd op bijna 200.000 euro, maar dat bedrag is provisoir en kan nog fors oplopen.
Omdat Van Themsche die schadevergoedingen onmogelijk zelf kan ophoesten - op het moment van zijn racistische strafexpeditie zat hij nog op de middelbare school -, moeten de slachtoffers aankloppen bij de 'commissie voor financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden'. Die werd opgericht in 1985 en keert schadevergoedingen uit als de daders onbekend zijn, zoals bij de Bende van Nijvel, of onvermogend zijn, zoals Van Themsche. Slachtoffers van geweld of hun nabestaanden kunnen elk tot 62.000 euro krijgen uit het fonds als financiële tegemoetkoming voor morele schade, verlies van levensonderhoud, medische kosten.
'Racistische wet'Voor de families Drowart en Koç deed zich geen enkel probleem voor. Maar het ministerie van Justitie liet de familie van Oulematou Niangadou eind vorig jaar per brief weten dat hun verzoek om een schadevergoeding voor veertien nabestaanden geweigerd is. De wet bepaalt immers dat "het slachtoffer op het moment van de gewelddaad de Belgische nationaliteit of gerechtigd is het rijk binnen te komen, er te verblijven of er zich te vestigen". Alleen voor slachtoffers van mensenhandel wordt sinds 2003 een uitzondering gemaakt.
Oulematou kwam met een visum België binnen, maar liet dat verstrijken en nam nadien geen stappen meer om zich te regulariseren. Toen ze vermoord werd, verbleef ze illegaal in België.
De familie Niangadou, waarvan de Antwerpse tak ook de Belgische nationaliteit heeft, reageert ontzet op de geweigerde schadevergoeding. "Oulematou was naar België gekomen om te werken en haar dochtertje, dat in Mali bij haar grootmoeder woont, te onderhouden. Dit is pure onrechtvaardigheid. De Belgische staat laat ons gewoon in de kou staan. Eerst het slachtoffer van een racistische moordenaar, nu het slachtoffer van een racistische wet. Wie geen papieren heeft, is in dit land blijkbaar niets waard."
Kris Luyckx, de advocaat van de familie Niangadou, hoopt dat de wet alsnog wordt aangepast. "Slachtoffers van mensenhandel kunnen wel een beroep doen op de commissie voor slachtofferhulp, maar slachtoffers van racistisch geweld, dat expliciet is erkend door de rechtbank, kunnen dat niet. Dat klopt niet. De wet discrimineert en houdt onrechtvaardigheid in stand." Luyckx dringt aan op een arrest van het Grondwettelijk Hof over de zaak. (Jeroen Verelst)