17/10/08, 16u39
Een Belg op zeven kan beschouwd worden als arm. Dat blijkt uit een studie van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie, die vandaag gepubliceerd werd op de werelddag tegen armoede.
14,7 procent van de Belgen wordt beschouwd als arm volgens de recentste cijfers van de FOD Economie, die dateren uit 2006 en slaan terug op de jaarinkomens van 2005. Wie onder de armoedegrens valt, wordt als arm beschouwd. Voor alleenstaanden is dat 860 euro per maand, voor een gezin met twee kinderen is dat 1.805 euro. Ten opzichte van 2005 was er een stabilisering (14,8 procent toen), ten opzichte van 2004 een lichte stijging (14,3 procent toen).
AlleenstaandenDesalniettemin zijn het vooral alleenstaanden (23,7 procent) en alleenstaande ouders (31,7 procent) die leven onder de armoededrempel. Van de eigenaars van een woning is één op tien arm, van huurders meer dan een op vier. Gepensioneerden maken voor bijna een derde deel uit van de arme bevolking. Werk blijft de belangrijke garantie tegen armoede: 86,1 procent van de mensen onder de armoedegrens werkt niet.
LevensstijlDe studie peilde ook naar de levensstijl van armen. Zo zegt bijna een op drie dat hij problemen heeft om zijn woning adequaat te verwarmen. Bij de rest van de bevolking is dat zowat een op tien. Hun woning is ook vaak minder comfortabel: 11,5 procent zegt te weinig ruimte te hebben. Een op 4 armen kan zich geen elementaire gebruiksvoorwerpen als een auto kopen. Meer dan 1 op 5 heeft geen computer.
Meer geïsoleerdArmen zijn ook meer geïsoleerd. Zo hebben ze meer dan anderen geen contact met vrienden of familie. Ook kan meer dan een op tien van de armen op niemand terugvallen voor hulp, bij de anderen is dat nog geen een op twintig. (belga/tdb)