Kids@Risk: Zeven spots op jongeren anno 2008

Een jongere die doodt voor een mp3-speler. Een puber die de buschauffeur molesteert. Een tiener die op de chat tien keer hetzelfde bericht post ('ik wil dood') en vervolgens van de radar verdwijnt. Het zijn en blijven uitzonderingen. Maar toch. Er zijn redenen om bezorgd te zijn over jongeren van nu en straks.

'Jongeren hebben en zorgen misschien voor meer problemen, maar minstens zoveel zorgen zouden we ons moeten maken over de volwassen lezing van die problemen.' De Morgen zet vandaag zeven bakens uit voor het debat en laat de komende weken vooral de 'haperende' jongeren zelf aan het woord.

door Filip Rogiers


1. DE CULTUUR VAN DE PERFECTIE
Veel volwassenen mogen dan het idee van de maakbare samenleving al opgegeven hebben, hun kind vinden ze nog altijd over-maakbaar. Het kroost krijgt een steeds zwaardere rugzak mee. Kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove heeft het over "de cultuur van de perfectie".

Soms wordt de lat onwezenlijk hoog gelegd. Er is op alle fronten, school en vrije tijd, meer aanbod, en dat is fijn. Maar net zo goed zorgt die 'weelde' voor druk. "Kinderen moeten een volwassen agenda hebben", zegt Marcel Schouterden. "Goed presteren op school en in minstens zeventien buitenschoolse activiteiten."
Moeten is het sleutelwoord en het slaat op almaar jongere leeftijd toe. Tot achttien blijft de wet over 'minderjarigheid' spreken, in de praktijk krijgen kinderen vaak al vanaf tien jaar een 'meerderjarig' keurslijf aangemeten. Psychotherapeute Lut Celie: "Van kinderen wordt verwacht dat ze van in de wieg het ritme van de grote mensen volgen."

De sociale druk om 'mee' te zijn, slaat tegenwoordig al vanaf tien jaar toe, merken jeugdwerkers. De commercie levert de impulsen voor de wedloop om gadgets: gsm, MSN, games, merkkledij, fuiven en festivals... Vanaf de puberjaren gaat het in crescendo. Het must have-syndroom drijft kids naar vaak meer dan één bijbaantje. Vooral in het beroeps- en technisch onderwijs leiden steeds meer jongeren buiten de schoolbanken een parallel leven. Volgens JOP houdt meer dan de helft van de studerende jongeren er een bij- of vakantiebaan op na. Vanaf achttien jaar loopt dat cijfer op tot boven de 80 procent.
Lukt het niet om de centen te vergaren, dan blijft het 'moeten hebben' soms zo hard schreeuwen dat het dan maar 'elders' gezocht wordt. Het is geen toeval dat 43 procent van de misdrijven gepleegd door jongeren (*) bestaat uit vermogensdelicten. Diefstal dus.
"Je krijgt veel contradictorische boodschappen als je jong bent", zegt Isabelle Quintens van JongerenWelzijn. "Er worden je voortdurend beloften aangepraat: wacht maar tot je groot bent, de beloning volgt. Men belooft je een paradijs als je werk vindt. Maar de realiteit die adolescenten ervaren, is vaak ontgoochelend, de reactie navenant. Als het beloofde er dan toch niet blijkt te zijn, eisen jongeren hun recht op genot wel zelf op."
(*) Bron: Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie


2. HET MOZAIEK GENAAMD GEZIN
Gezinnen worden kleurrijker, omvangrijker, vloeibaarder. Dat hoeft de levenskwaliteit van kinderen niet per se onder druk te zetten, maar in het door JOP verzamelde onderzoek doemt wel een constante op: jongeren uit goed functionerende kerngezinnen zijn beter af dan jongeren die hun ouders zagen scheiden. Maar ook waar is dat kinderen van 'goed gescheiden' ouders beter af zijn dan kinderen die opgroeien in een kerngezin dat onder permanente hoogspanning staat.

Beter of slechter, feit is dat het gezinsleven mettertijd complexer is geworden. Meer eenoudergezinnen, meer nieuw samengestelde gezinnen: soms vindt een kind zijn eieren niet meer terug in het nest. Net zoals de cultuur van de perfectie zadelt die familiale lappendeken kinderen vaker en vroeger op met immense verantwoordelijkheden. Er wordt van hen verwacht dat ze vroeger zelfstandig zijn, ze cijferen zichzelf vaak weg. Lut Celie noemt dat "spaargedrag": kinderen 'sparen' mama en papa, en ze blijven ook doorgaans veel langer (jaren zelfs) dan hun gescheiden ouders hopen en rekenen op een hereniging. Dat lijkt goed te gaan, want ze zijn o zo lief en sterk meneer, tot het lijntje breekt.

Ook sociaaleconomische nood legt extra druk op het gezinsleven. Een op de drie kinderen jonger dan twaalf komt uit een tweeoudergezin waarin beide ouders voltijds werken. Maar jongeren zijn net zo vaak het kind van de rekening als de ouders geen job hebben. En werkloosheid komt nooit alleen. "Veel kinderen dragen de gevolgen van de werksituatie van hun ouders", zegt Lucien Rahoens van JongerenWelzijn. "Dat is een taboe onder de ouders, maar het is wel een probleem. Het gros van ons cliënteel (in de Bijzonder Jeugdzorg, FR) komt uit 'zwakkere' milieus. Ouders hebben vaak geen job en zijn ook vaak slecht gehuisvest, in een weinig aangename buurt."

Marcel Schouterden: "We beleven een overgang van gezinnen waar één gezinshoofd ging werken naar tweeverdieners als basismodel. Dat betekent dat je minder tijd en aandacht kunt geven aan kinderen. Als kinderen vroeger van school kwamen, was er altijd wel een ouder thuis. Dat is niet meer gegarandeerd, kinderen komen vaker bij andere mensen terecht. Of bij zichzelf. Ze worden dan ook vroeger volwassen."

3. OPEN SAMENLEVING, GESLOTEN GEZINNEN
De wereld stopt al enige decennia niet meer op het einde van de straat. Ook inzake normen en waarden is de tijd voorbij dat een levensbeschouwelijke elite de grote kavels voor de massa aangaf. Het zijn evoluties met overwegend positieve aspecten. Meer ruimte voor het individu: het heet in één woord 'emancipatie'.

Maar de schaduwzijde bestaat ook: het verlies van houvast. Wie meer dan een ander nood heeft aan orde en richtlijnen, loopt makkelijker verloren. "Elk huis heeft nu zijn eigen normen en waarden", zegt Lut Celie. Een openere samenleving gaat paradoxaal genoeg ook vaak gepaard met meer gesloten gezinnen. Gezinnen die niet mee kunnen, blijven vaak alleen achter met hun onzekerheid en nood. Alle (virtuele) deuren en ramen staan open, maar in de directe omgeving van de gezinnen wordt het netwerk schraler.

Bij jongeren in nood vertaalt zich dat soms in extreem afsluitgedrag. Soms gaat het hele gezin mee de catacomben in.
"Het is niet abnormaal dat autisme in zijn vele varianten nu zo'n opgang kent", meent Marcel Schouterden. "Wat doe je als je in je leven voor heel wat keuzes geplaatst wordt en je kunt daar niet in kiezen? Of als je niet meteen ziet hoe je over horden moet? Ja, dan keer je je in jezelf. Dat zie je ook bij gezinnen met moeilijkheden die ze niet meer de baas kunnen: ze sluiten zich af.

"We maken vandaag een soort collectieve zoektocht van de samenleving mee, er is een evenwichtsoefening aan de gang om die complexiteit aan te kunnen. Wie daarin lukt, is goed af. Ik geloof zelfs dat jongeren die daarin slagen even en anders gelukkig zijn dan wij toen we jong waren. Maar ik zie ook de anderen, diegenen die zeggen: ik zie dit niet zitten, ik maak het leven voor mezelf weer simpeler."

De buitenwereld merkt niets, tot er een bom ontploft. Hulpverleners die zich toeleggen op familiaal geweld zien er dagelijks de brokstukken van. "Tegenover de geweldplegingen die worden gemeld", zegt Aleydis Ceulemans van BZN Atlas, "is er nog altijd een hele grote grijze zone waar we niets over weten omdat het niet naar boven komt. Vroeger had je open gezinnen in een gesloten samenleving. De problematiek van een gezin behoorde niet alleen dat gezin toe, maar werd door heel de gemeenschap opgevangen. Had men daar bijvoorbeeld een jongere met aandachtsstoornissen, dan ging die jongen bij een familielid met de handen werken. Die jongere werd niet direct geproblematiseerd, men ving dat op. Terwijl nu, als je in zo'n gesloten gezin met ADHD of een andere stoornis wordt geconfronteerd, is dat direct voor heel dat gezin een groot probleem."

4. HELP, DOE IK HET GOED?
Open is ook de leefwereld van jongeren. Kinderen halen de mosterd al lang niet meer exclusief bij ouders of leerkrachten, of leeftijdgenoten, wier voogden ook hetzelfde referentiekader hadden. Het venster op de wereld is groot en geschakeerd, jongeren worden gevoed door diverse kanalen (media en internet) waar de ouders het zicht op verloren hebben. Willen ouders bij blijven, dan kost hen dat veel meer inspanningen dan vroeger. En daarvoor ontbreekt om alle bovenvermelde redenen de tijd. De vervreemding tussen jong en oud neemt dan ook toe.

Opvoedingsonzekerheid is het gevolg. "Je krijgt te maken met thema's waar je zelf als kind niet mee te maken had en waar je ook geen model voor hebt gehad", zegt Marcel Schouterden. De vraag naar opvoedingsondersteuning stijgt, zowel van scholen als gezinnen. Ouders klampen zich vast aan Supernanny en 'professionele' pedagogiek is een booming business geworden.
Als er meer mogelijk is, kan er ook meer fout lopen. "Er zijn zoveel potentiële defecten", zegt Schouterden, "dat het voor ouders zeer moeilijk wordt, a fortiori als je er alleen voor staat. Men verwacht van iedereen talenten en vaardigheden die veel groter en complexer zijn dan vroeger. Tja, je moet het ouders niet kwalijk nemen dat ze er soms niet in slagen."

5. OEF, HET IS ADHD!
Wordt de 'lezing' van het gedrag en de leefwereld van de jongeren moeilijker, dan groeit ook de behoefte aan 'duidelijke' antwoorden. Zeker als dat gedrag van jongeren als bedreigend wordt ervaren. Dus is het én voor ouders én voor de school én de omgeving soms wel handig als het kind een naam krijgt. Ook in hun 'afwijkende' gedrag worden kinderen in de vele hokjes van de volwassen verwachting geplaatst. Labelen helpt, het kan de deuren openen naar goede hulp. Maar net zo goed heeft het een ranzig kantje. "Het zal je maar overkomen dat men al op 36 maand een loep op je kind zet op zoek naar een afwijking", zegt Isabelle Quintens, "op zoek naar een gedragsprobleem als mogelijke voorloper van jeugddelinquentie."

"Deze maatschappij labelt kinderen meer en meer", zegt Lucien Rahoens van JongerenWelzijn. "Je kunt je inderdaad de vraag stellen wiens comfort dit dient. De jongeren of de maatschappij, die liever heeft dat moeilijk gedrag aan medisch te diagnosticeren factoren ligt dan aan maatschappelijke omstandigheden?"

Vaak is baldadig of storend gedrag camouflage. "Heel vaak is stoer gedrag een masker voor niet weten waarop of waaraan", zegt Leen De Wit van Arktos, vormingscentrum voor maatschappelijk kwetsbare jongeren. "Machogedrag is vaak signaalgedrag. Te ontcijferen als: 'Wat gebeurt er met mij? Waarom zou ik het anders doen? Het gaat me toch niet lukken. Het lukt niet op school.' Enzovoort."

6. UIT MIJN BUURT, JIJ!
Vlaanderen houdt de boot van de 'mosquito', een toestel dat jongeren moet afschrikken met een geluid dat alleen zij kunnen horen, en de 'asbo' (antisocial behaviour order) nog altijd af. Maar her en der gebruiken steden wel al de Gemeentelijke Administratieve Sanctie (GAS) om overlast veroorzakende jongeren kort te houden.

Ook hier is de vraag: wie definieert wat overlast is? Isabelle Quintens: "We hebben het in de faubourgs van Parijs gezien: als je mensen uit de openbaarheid verjaagt, en je verdrijft ze naar de riolen, creëer je op den duur alleen maar nog gevaarlijkere agitatie."
Al is overlast een rekbaar begrip, soms laat het zich wel objectief meten. Vlaanderen is slechts 13.522 vierkante kilometer klein. Die beperkte publieke ruimte moet dienen om te wonen, te werken en te ontspannen. Hoe meer volk, hoe moeilijker het samenleven, hoe groter de onverdraagzaamheid. Op die ruimtelijke 'oorlog' enten zich, altijd en overal, andere kiemen van onvrede. Raciale frictie bijvoorbeeld, maar ook intergenerationele.

"De verzuring neemt zeker niet af", zegt Arktosmedewerker Steven Lapauw. "In sommige wijken zitten ouderen achter hun gordijn een godganse dag te wachten tot een van de jongeren buiten ook maar het minste 'fout' doet. Dan bellen ze de politie." Uit de JOP-monitor blijkt dat 79 procent van de 14- tot 25-jarigen zich best thuis voelt in hun buurt. Maar net zo goed vindt 66 procent dat er te weinig te beleven valt in de buurt. Vijftien procent vindt dat zijn of haar buurtbewoners onverdraagzaam zijn tegenover "rondhangende jongeren".

7. FINAAL DOOR HET LINT

"Je kunt je niet ad infinitum opsluiten", zegt Marcel Schouterden over die jongeren die voor de vele genoemde vormen van druk vluchten in hun eigen, vaak hoogst virtuele wereldje. Extreem afsluitgedrag wordt het genoemd. Hoe klein deze verzameling jongeren ook is, het is wel in deze hoek dat de hardste klappen vallen. De klappen ook die het vaakst de media halen. In de beslotenheid worden de gedachten duisterder. Destructie of zelfdestructie, suïcide of agressie vormen vaak de binnen- en buitenkant van dezelfde knellende handschoen.

"Jongeren die door het lint gaan, zijn gaandeweg zo ver van de realiteit vervreemd geraakt dat ze de confrontatie ermee niet meer aankunnen", zegt Schouterden. "Ze hebben dermate hun eigen leefwereld gecreëerd dat ze de correctie missen van de realiteit. Als ik constant denk dat ik als gothicfan altijd zwart moet dragen, en dat ik niet met anderen, niet in het zwart geklede mensen moet omgaan, tja, dan wordt je wereld op den duur wel zeer eng en jijzelf wordt zeer extreem. Dan is elke confrontatie die in normale omstandigheden tot een discussie en een vergelijk moet leiden, een onoverkomelijke hindernis. Elke confrontatie wordt dan een botsing."
08/09/08 12u14
mailIcon printIcon | | Meer bookmarks

Lees ook

Alles over


http://the-acap.org/acap-enabled.php © De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.