07/02/08, 16u33
dm UPDATE
Het hof van beroep in Antwerpen heeft de zeven leden van de extreemlinkse Turkse organisatie DHKP-C vrijgesproken voor het vormen van een criminele organisatie en terroristische groepering. Drie van hen, onder wie de voortvluchtige Fehriye Erdal, kregen wel straffen met uitstel voor onder meer inbreuken op de wapenwet. Vier anderen werden over de hele lijn vrijgesproken.
TerrorismeHet federale parket, dat tot tien jaar cel had gevorderd, heeft altijd volgehouden dat de criminele en terroristische activiteiten van het DHKP-C jarenlang werden aangestuurd vanuit het appartement in Duinbergen, dat door Musa Asoglu onder een andere naam gehuurd werd en waar ook Fehriye Erdal en Kaya Saz over de vloer kwamen. Eerder toevallig trof de politie daar in 1999 verboden wapens, munitie, scanners, Turkse paspoorten en rijbewijzen, propagandamateriaal en stempels aan, wat het hele onderzoek op gang had gebracht.
Het hof oordeelde echter dat uit niets blijkt dat de beklaagden op welke manier dan ook betrokken waren bij gewelddaden in het buitenland of dat ze van plan waren om aanslagen te plegen. Sterker nog: de aanwezigheid van de beklaagden in ons land was eerder beperkt en er was ook geen sprake van enige illegale of clandestiene activiteiten. De wapens en documenten die in Duinbergen in beslag werden genomen, konden niet gelinkt worden aan misdrijven.
VrijspraakAlle beklaagden werden dan ook vrijgesproken voor het vormen van een criminele organisatie. Musa Asoglu en Bahar Kimyongür werden daarnaast ook vervolgd voor het leiden van een terroristische groepering. Beiden bekleedden een belangrijke positie bij het DHKP-C informatiebureau in Brussel en hadden op 28 juni 2004 vlugschriften verspreid en interviews gegeven over een busexplosie in Istanbul twee dagen daarvoor. Volgens het federaal parket hadden zij de aanslag opgeëist, maar dat blijkt volgens het hof niet uit de inhoud van het vlugschrift of het interview, waardoor de twee ook daarvoor werden vrijgesproken.
De uitspraak van het hof van beroep in Antwerpen verschilt danig van wat de correctionele rechtbank in Brugge en het hof van beroep in Gent eerder beslist hadden. Zij hadden de beklaagden wel veroordeeld voor leider- of lidmaatschap aan een criminele organisatie en/of terroristische groepering, de tenlasteleggingen die het zwaarst doorwogen. De DHKP-C'ers kregen toen celstraffen tot zeven jaar, wat in schril contrast staat met de uitspraak in Antwerpen.
Sükriye Akar Özordulu, Dursun Karatas, Zerrin Sari en Bahar Kimyongür werden ditmaal over de ganse lijn vrijgesproken. De drie beklaagden die met zekerheid aan het appartement gelinkt konden worden, kregen straffen met uitstel. Musa Asoglu en Fehriye Erdal werden veroordeeld tot respectievelijk drie jaar en twee jaar cel, telkens met uitstel, voor inbreuken op de wapenwet en het vervalsen van Turkse identiteitskaarten en droogstempels. Kaya Saz tot slot werd alleen maar schuldig bevonden aan inbreuken op de wapenwet en kreeg 21 maanden met uitstel. De drie moeten ook 1.239 euro boete betalen.
Reacties
Na de voorlezing van het lijvige vonnis, dat ruim 5,5 uur duurde, werd er door de tientallen sympathisanten luid geapplaudisseerd en gezongen. "Recht is eindelijk geschied", klonk het bij de sympathisanten van de beklaagden. Ook advocaat Jan Fermon van de verdediging was die mening toegedaan. "Het hof heeft de zaak herleid tot wat ze werkelijk is: het bezit van verboden wapens en valse papieren. Het federale parket heeft het dossier jarenlang opgeblazen om er een internationale terrorismezaak van te maken, maar daar heeft het hof nu eindelijk komaf mee gemaakt", aldus Fermon.
De Liga voor Mensenrechten is erg blij met de uitspraak in de zaak. Voorzitter Jos Vander Velpen zegt dat het gaat om een erg belangrijke uitspraak en vraagt zich af of het geen tijd is dat er in het parlement reflectie komt over de terreurwetgeving. "Ik ben niet echt verbaasd", reageert Vander Velpen. "Omdat ik weet dat het hof van beroep in Antwerpen zijn huiswerk altijd goed doet en altijd blijk geeft van een grote onafhankelijkheid, in dit geval tegenover het federaal parket".
"De uitspraak is heel belangrijk omdat er een duidelijke grens is getrokken tussen denken en doen", zegt Vander Velpen, die verwijst naar de terreurwetgeving. "De rechtbank heeft vooral belang gehecht aan het klassieke strafrecht en dus aan de daden van de verschillende figuren die terechtstonden en ik ben daar heel gelukkig mee".
De voorzitter van de Liga voor Mensenrechten zegt dat de uitspraak "de overkill van het federaal parket heeft afgewezen" en dit misschien aantoont dat er in het parlement reflectie nodig is over de terreurwetgeving en de antiterreurmaatregelen". Een aantal daarvan vormen volgens Vander Velpen een ernstige inperking van het grondrecht en de burgerlijke vrijheden.
"De rechtbank heeft buitengewone inspanningen gedaan om de grenzen nauwkeurig vast te leggen wat betreft de antiterreurwetgeving. Die grenzen zijn door het federaal parket duidelijk overschreden", besluit Jos Vander Velpen. (belga/sps/sam)