Vergunning begraafplaats kost meeste in Oostende

Bastiaan Fonteyn − 27/03/12, 05u19  − Bron: De Morgen

De tarieven voor een begraafplaats in Vlaanderen zijn niet transparant en verschillen sterk van gemeente tot gemeente. Oostende is de duurste van alle 13 centrumsteden, Turnhout de goedkoopste. Uit de rondvraag van De Morgen bij 35 steden blijkt dat Tienen het minst aanrekent voor een kerkhofplek.

In Oostende betaal je 2.250 euro voor een concessie van 50 jaar voor een begraafplaats. In Turnhout daarentegen betaal je daar een kleine 400 euro voor, zo blijkt uit de bevraging. We vroegen alle 13 centrumsteden plus per provincie een viertal andere steden met meer dan 20.000 inwoners wat een concessie voor een begraafplaats bij hen kost.

Zo'n concessie is een vergunning om gedurende een bepaalde periode begraven te liggen op een vastgelegd stuk grond. De vergunning wordt uitgereikt door de gemeenteraad, die ook de duur en de prijs vastlegt. Een volledig gemeentelijke bevoegdheid dus, eentje die de gemeentekas serieus kan spijzen.

Wel heeft de Vlaamse regering in 2004 per decreet laten vastleggen dat mensen minstens tien jaar gratis begraven moeten kunnen liggen. Wanneer men er daarna toch voor kiest om een conciessie te nemen, werkt die in de meeste gemeenten met terugwerkende kracht. Dat wil zeggen dat er voor die tien gratis jaren dan toch moet betaald worden. Een concessie mag ook niet langer dan 50 jaar lopen.

Naast de concessie voor de grond, kunnen er nog kosten bijkomen, afhankelijk van de begraafwijze die men kiest. Voor een grafkelder of een begraving van een asurne wordt er gemiddeld 500 euro extra aangerekend.

Wat dus vooral opvalt in de resultaten van bevraging, zijn de grote prijsverschillen tussen de bevraagde steden. De bewegingsvrijheid die de steden krijgen, is een van de verklaringen daarvoor. Maar er zijn ook andere redenen: "We weten dat die concessies bij ons niet goedkoop zijn", zegt Sandra Cotteleer van stad Mechelen, waar een concessie voor 30 jaar 1.050 euro kost. "Door plaatsgebrek en hoge onderhoudskosten zien wij ons genoodzaakt om die prijzen hoog te zetten."

Ook in Brugge wordt de prijs hoog gehouden: 1.620 euro voor 50 jaar. "Elk jaar komt daar een kleinigheid bij", zegt Luc Vernieuwe van de dienst burgerzaken. "Dat gaat om een stijging van 2 tot 3 procent. Het kost de stad veel geld, en dat wordt doorgerekend."

Oost-Vlaanderen blijkt de duurste provincie, met uitschieters Gent (500 euro voor 10 jaar), Aalst (1.000 euro voor 25 jaar, wel inclusief grafkelder) en Sint-Niklaas (600 euro voor 20 jaar).

Buitenstaanders
Het kan nochtans anders: Vlaams-Brabant is de goedkoopste provincie, met Tienen als absolute uitschieter. Daar betaal je voor 15 jaar slechts 80 euro. Nergens ligt dat bedrag lager. "Wij werken al sinds 1992 niet meer met concessies. Bij ons betaal je gewoon een kleine som om begraven te liggen. Niks meer", klinkt het daar.

Niet iedereen mag trouwens in een bepaalde gemeente begraven worden: in zowat alle bevraagde steden moet iemand een groot deel van zijn leven hebben doorgebracht om er begraven te mogen worden. Gemiddeld komt het neer op zo'n 30 jaar of meer in de gemeente gewoond hebben. Ook mensen die op het grondgebied van de gemeenten sterven mogen er begraven worden.

Voor mensen die niet aan die criteria voldoen, kan de gemeenten uitzonderingen toestaan. Daar staat wel iets tegenover: in de meeste gemeenten kost de concessie dan nog een flink stuk meer. In vele gemeenten wordt de prijs verdubbeld, in Brugge is dat maal drie en in Dilbeek betaalt men als 'buitenstaander' zelfs acht keer zoveel, wat de prijs daar op 8.000 euro voor 50 jaar brengt.

mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...