01/12/11, 07u17
Voor luxewagens, zoals de BMW 5, zal de maandelijkse werknemersbijdrage fors stijgen.
© afp
Slecht nieuws voor de trotse bezitters van een bedrijfswagen. Ook volgens het laatste scenario op de onderhandelingstafel zal de maandelijkse bijdrage van de werknemer fors stijgen.
Momenteel zit het zo: de maandelijkse bijdrage die de werknemer afdraagt voor zijn bedrijfswagen, zijn 'voordeel in natura', wordt berekend op basis van de CO2-uitstoot van de auto en de afstand tussen de woon- en de werkplaats. Voor wie dichter dan 25 kilometer van zijn werk woont, wordt uitgegaan van een forfaitair privégebruik van 5.000 kilometer. Voor wie verder weg woont, bedraagt het forfait 7.500 kilometer.
Maar van die laatste parameter stappen de onderhandelaars af. De woon-werkafstand wordt niet langer in rekening gebracht; in de plaats daarvan wordt uitgegaan van de catalogusprijs van de wagen. Dat wil dus zeggen dat wie op amper 10 kilometer van zijn werk woont, evenveel moet bijdragen als iemand die met exact dezelfde wagen dagelijks een veelvoud van die afstand aflegt.
De focus verschuift naar de grootte van de auto, of beter: naar de waarde ervan. Hoe duurder de wagen, hoe meer de gebruiker zal moeten betalen. Voor wagens met een standaard CO2-uitstoot zou die bijdrage op jaarbasis op 5,5 procent van de catalogusprijs van de auto liggen. Die standaarduitstoot is bepaald op 95 gram CO2 per kilometer voor dieselwagens, en 115 gram CO2 per kilometer voor benzinewagens. Wagens met een hogere uitstoot, wat ze quasi allemaal zijn, zullen zwaarder belast worden dan 5,5 procent, milieuvriendelijkere wagens zullen daaronder zakken.
Dure bijdrage voor luxewagensDe zes partijen schreven al in de begroting in dat dit nieuwe systeem de schatkist 200 miljoen euro moet opleveren. De helft daarvan zal door de werkgever betaald worden, de andere helft door de werknemer. Hoe die verdeling precies in zijn werk zal gaan, was gisteravond nog voorwerp van discussie aan de onderhandelingstafel. Afhankelijk van die beslissing kon ook nog licht gesleuteld worden aan de 5,5 procent, klonk het.
Automobielfederatie Febiac becijferde wel al wat dat vermoedelijke scenario concreet betekent voor de populairste bedrijfsauto's. Ze vergeleken voor de top dertig van de bedrijfswagens het voordeel in natura volgens het oude systeem (aan een forfait van 5.000 kilometer en telkens op basis van de dieselvariant, avb) met de nieuwe regelgeving. Daaruit blijkt dat slechts drie autotypes in de toekomst beter af zijn: de Citroën C3, de Ford Fiesta en de Peugeot 207. Het voordeel dat geboekt kan worden, beperkt zich echter tot luttele procenten.
Al de andere auto's kosten de werknemers in de toekomst meer tot heel veel meer. Voor de top drie van de meest populaire bedrijfswagens - de Volkswagen Golf, de Volvo V50 en de Renault Mégane - stijgt de bijdrage met respectievelijk 8, 37 en 46 procent. Wie met een luxewagen rijdt, mag nog veel dieper in de buidel tasten. Voor een BMW 5, bijvoorbeeld, zal 2,5 keer meer moeten worden betaald.