Helft Vlamingen stoort zich aan vreemde talen op straat

Sofie Vanlommel − 15/11/11, 05u50

Vijftig procent van de Vlamingen vindt het gebruik van vreemde talen op straat vervelend of zelfs bedreigend. Dat blijkt uit een enquĂȘte van de Nederlandse Taalunie.

  •  Vaak willen mensen op het platteland de wereld die ze van tv kennen juist niet in hun straat hebben  
    Taalkundige Marc van Oostendorp
Vlamingen tonen zich een stuk minder tolerant tegenover vreemde klanken dan Nederlanders. Van de Nederlanders kruiste 54 procent 'leuk' aan op de vragenlijst van de Nederlandse Taalunie over het gebruik van vreemde talen op straat. Zo'n 30 procent van de Nederlanders vindt het gebruik van vreemde talen 'niet prettig' of 'een beetje bedreigend'. Bij de Vlamingen is dat respectievelijk 24 en 26 procent, goed voor de helft van de ondervraagde groep.

Het maakt veel uit of mensen in de stad of op het platteland wonen, zegt Ellen Fernhout van de Nederlandse Taalunie. "In de steden geeft 62 procent van de Nederlanders aan dat ze vreemde talen op straat leuk vinden. Mogelijk komt dat omdat ze in de stad meer vertrouwd zijn met het fenomeen. Er bestaan ook nog veel misverstanden, zoals dat het leren van andere talen ten koste gaat van het Nederlands. Dat klopt helemaal niet."

Kevin en Kayleigh

Taalkundige Marc van Oostendorp denkt dat op het platteland traditie een grotere rol speelt. "In de stad wonen de wereldburgers, die geen moeite hebben met een buitenlands woordje meer of minder in hun straatbeeld", schrijft hij in Taalpeil 2011, een uitgave van de Taalunie.

Hij wijst op de paradox uit een ander onderzoek: zowel Nederlandse als Vlaamse stedelingen verkiezen klassieke Nederlandse kindernamen, terwijl op het platteland namen als Kevin en Kayleigh populair zijn. "Op het platteland is men gemiddeld minder hoog opgeleid, zeggen sociologen. De mensen kijken veel tv en geven hun kinderen namen die ze daarvan kennen, misschien ook in de hoop dat hun kind daarmee vooruit komt. Tegelijkertijd willen ze die wereld juist niet in hun straat hebben: hoe meer alles daar blijft zoals het altijd was, des te beter het is", zegt van Oostendorp.

De Nederlandse Taalunie onderzocht ook het aantal talen dat thuis wordt gesproken, en stelt vast dat meertaligheid stilaan de norm wordt. Gemiddeld wordt er in 16 procent van de Vlaamse en Nederlandse gezinnen minstens een andere taal gesproken. Het gaat voornamelijk om Frans, Duits, Engels en Fries. In een kwart van de gevallen spreekt men thuis een niet-westerse taal. "Het gaat hier vooral om gezinnen waarbij minstens een van de ouders uit een ander land komt", verduidelijkt Fernhout. "Zelf ervaren ze die meertaligheid als iets heel positief."

Er is dus nog veel werk aan tolerantie ten opzichte van meertaligheid, vindt Fernhout. "Het Europees beleid heeft als doelstelling dat naast de moedertaal nog twee andere talen gekend zouden moeten zijn. De wereld wordt steeds internationaler en ook de mobiliteit om in andere landen te werken en te wonen neemt toe. Die tendenzen zijn duidelijk, je hebt vreemde talen gewoon nodig om te kunnen functioneren."
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...