Buitenlandse geheime agenten infiltreerden in Lernout & Hauspie

Voor het Gentse hof van beroep hervatten de debatten op het strafproces over fraude bij Lernout & Hauspie. Naarmate het proces vordert, raken meer details bekend over de cruciale rol die buitenlandse inlichtingendiensten speelden in de op- en neergang van het bedrijf. 'LHSP was op een bepaald moment geïnfiltreerd door twaalf geheime agenten', zegt een goedgeplaatste bron aan P-Magazine.

Centraal in het fraudeproces staan de beruchte 'language development companies' (LDC), het netwerk van taalfabriekjes in het buitenland die licenties kochten op LHSP-technologie om daarmee ontwikkelingen te doen in de meest uiteenlopende exotische talen. Volgens de openbare aanklager werd de financiële rapportering van het bedrijf kunstmatig opgeleukt en vervalst via die LDC's.

Topagent Bundesnachrichtendienst
Maar aan de basis van de oprichting van het LDC-systeem lag de Duitser Stephan Bodenkamp, een topagent van de Bundesnachrichtendienst (BND), zo onthult P-Magazine deze week. Bodenkamp, alias Christoph Klonowski, besliste zelfs persoonlijk welke talen er werden gekozen voor de LDC's.

Naast Bodenkamp werkten nog twee andere BND-agenten mee aan het frauduleuze LDC-systeem, met name Bernard Ortheus en Hanni Münzer. Het weekblad geeft een gedetailleerde reconstructie van de manier waarop de Duitse inlichtingendienst "als een luis in de pels van LHSP kroop". Voor het eerst zegt Nico Willaert, het toenmalige nummer drie van LHSP, ook openlijk dat het Ieperse bedrijf de door zijn ontwikkelde technologie hoopte te verkopen aan buitenlandse inlichtingendiensten of internationale politiesamenwerkingsverbanden als Europol.

Vertaalsystemen zeer geschikt voor spionagetoepassingen
De vertaalsystemen waren immers zeer geschikt voor spionagetoepassingen, zoals het afluisteren van telefoongesprekken of andere communicatievormen.

"In de periode dat Bodenkamp bij LHSP opduikt", schrijft het weekblad, "was hij coördinator van de terrorismebestrijding tussen Duitsland en de VS. Hij stond aan het hoofd van het Amt für Auslandfragen (AfA) in München, het technologische departement van de BND. Hij was de man die de dienst moest zien uit te rusten met vertaalrobotten, artificiële intelligentie, spraak- en taaltechnologie enzovoort. Zijn job was een topfunctie. Hij rapporteerde rechtstreeks aan de Duitse kanselier Schröder."

Bodenkamp richtte bedrijven op die als scharnier fungeerden tussen de inlichtingendiensten en de industrie. "Zijn idee was vertaalmachines te ontwikkelen met een dubbel gebruik: een voor de commerciële markt en een voor de geheime diensten", zegt een insider. "Dat gebeurt vaker in de wereld van de technologie: performante systemen voor de overheid, een soort lightversie voor de markt."

Willaert vertelt dat hij aan Bodenkamp vroeg welke talen voor hem prioritair waren, en dat de Duitser de beslissingen nam. "Zo is de keuze van talen er gekomen", stelt Willaert. "Waarom bijvoorbeeld Farsi? Dat had met de aanslag in München te maken. De terroristen kwamen uit Iran, hé. Bahasa is ook een logische keuze. Vergeet niet: een van de grootste islamlanden is Indonesië."

Het moest snel gaan, want de buitenlandse geheime diensten rivaliseerden met elkaar. Jo Lernout vernam op een bepaald ogenblik van Bodenkamp dat er grote ruzie was ontstaan tussen de Duitse en Franse diensten aan de ene kant en de mensen van Echelon, het wereldwijde afluisternetwerk van de Amerikanen en de Britten. "Het ging over wie nu naar wiens pijpen moest dansen", zegt Lernout. "Wij moesten van Bodenkamp helpen om de strijd te winnen. Er was haast bij."

Onderzoek van het Comité I, dat toezicht houdt op de werking van de inlichtingendiensten, wees eerder uit dat zowel de Duitse, de Franse, de Britse en de Russische inlichtingendiensten hun mannetjes hadden binnen LHSP. Op een bepaald moment zou het bedrijf door niet minder dan twaalf geheime agenten geïnfiltreerd geweest zijn, onder wie ook ene Giovanni Sposato, alias Crazy Ivan, een agent van de toenmalige KGB.

Maar dat aspect van de affaire werd door het gerecht niet onderzocht en komt bijgevolg op het proces in principe niet ter sprake. In het gerechtelijk dossier zit wel een brief van de Belgische ambassade in Bonn, die meldde dat Bodenkamp op verzoek van het hoogste gezag in Duitsland in geen geval door het Belgische gerecht mocht worden verhoord of ondervraagd. (Georges Timmerman)
07/01/08 07u23
mailIcon printIcon | | Meer bookmarks

Lees ook

Alles over


http://the-acap.org/acap-enabled.php © De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.