10/09/10 10u36
Professor Peter Adriaenssens heeft in het eindrapport van zijn commissie zeer zware feiten van seksueel misbruik in de kerk aan de kaak gesteld. Uit het rapport blijkt dat er in de kerk geen enkele congregatie is zonder plegers van seksueel misbruik.
De commissie Seksueel Misbruik in een Pastorale Relatie onderzocht het seksueel misbruik door geestelijken, maar staakte haar werkzaamheden nadat de dossiers in beslag waren genomen in het kader van operatie Kelk.
Het rapport bevat meer dan 100 bladzijden letterlijke getuigenissen van slachtoffers. Het gaat om 124 getuigenissen die de commissie verzamelde sinds 24 april dit jaar. "We zetten hun getuigenissen vooraan," zei Adriaenssens "om hun moed te eren dat ze met hun verhaal naar de commissie stapten."
De commissie behandelde 475 dossiers van slachtoffers. Enkele opvallende vaststellingen die zijn af te leiden uit het rapport van de commissie Adriaenssens:
1. Zware feitenDe feiten in de getuigenissen zijn zware feiten. Het gaat in de meeste gevallen niet om oppervlakkige betastingen maar om oraal en anaal misbruik en om gedwongen wederzijdse masturbatie.
2. Jonge kinderen zijn het kwetsbaarstBijna alle slachtoffers in het tweehonderdtal dossiers van de commissie waren erg jong toen het misbruik begon, sommigen zouden zelfs amper twee jaar geweest zijn. Volgens Adriaenssens liepen kinderen van twaalf jaar in het bijzonder risico.
3. Jongens lopen meer risico op seksueel misbruikDe 'Commissie-Adriaenssens' verzamelde 475 dossiers, de meerderheid daarvan (430) betreft Nederlandstalige slachtoffers, in twee derde van de gevallen gaat het om mannelijke slachtoffers . "Jongens lopen heel erg het risico in deze pastorale context. Ze worden reeds vanaf jonge leeftijd misbruikt: we hebben al gegevens van jongens die 2 jaar zijn op het moment van de feiten."
4. Ouders negeren klachten van misbruikte kinderenTwee op drie slachtoffers stapten met hun verhaal naar hun ouders, maar bijna niemand werd geloofd. In veel gevallen kozen de ouders de kant van de dader die vaak een bekende van het gezin was.
5. De helft van de daders van seksueel misbruik binnen de kerk is overledenIn de helft van de gevallen is de dader overleden wanneer melding wordt gedaan van het misbruik. De dader staat ook vaak erg dicht bij de familile. Volgens Adriaenssens stootten vele slachtoffers jarenlang op onbegrip en vonden ze geen steun in hun omgeving.
6. Minstens dertien slachtoffers van het misbruik binnen de kerk hebben zelfmoord gepleegd.De commissie maakt ook melding van zes zelfmoordpogingen. Soms wordt pas jaren na de feiten de link gelegd met het seksueel misbruik.
7. Het seksueel misbruik zat overalDe commissie kon 102 daders van seksueel misbruik identificeren en terugleiden tot 29 congregaties. Volgens Adriaenssens ontsnapt geen enkele congregatie aan seksueel misbruik van minderjarigen door één of meerdere van hun leden.
8. De commissie werkte samen met het gerecht In de eerste 8 weken van haar functioneren heeft de commissie in 15 dossiers beslist zelf aangifte te doen bij justitie. Dat is 1 dossier op 4 dat tot op dat ogenblik gezien was.
ADVIEZENHet rapport Adriaenssens eindigt met een aantal adviezen op basis van de getuigenissen van de slachoffers:
- schaf de verjaringstermijn voor seksueel misbruik af
- open een vertrouwenscentrum voor slachtoffers
- heb meer aandacht voor families van slachtoffers
- richt een solidariteitsfonds voor de slachtoffers op
- zorg voor strengere straffen en behandeling van daders
- werk samen met het buitenland
- schaf de term "commissie" af
De commissie Seksueel Misbruik in een Pastorale Relatie onderzocht het seksueel misbruik door geestelijken, maar staakte haar werkzaamheden nadat de dossiers in beslag waren genomen in het kader van operatie Kelk. (mvdb/ee)