Proces slachtoffers Rwanda-genocide tegen Belgische staat begonnen

08/09/10 11u57

Voor de Brusselse rechtbank van eerste aanleg is deze voormiddag het proces begonnen dat een aantal overlevenden van de Rwandese genocide van 1994 hebben ingesteld tegen de Belgische staat en drie officieren van het Belgische leger, Luc Marchal, Joseph Dewez en Luc Lemaire. De slachtoffers verwijten de Belgische staat dat ze haar troepen heeft teruggetrokken, waardoor 2.000 mensen die zich verscholen hadden in de Ecole technique officielle (ETO) Don Bosco in Kigali afgeslacht werden.

Die ETO werd beschermd door 92 Belgische blauwhelmen van de Minuar-missie en bood onder meer onderdak aan Boniface Ngulinzira, de minister van Buitenlandse Zaken van de Rwandese eenheidsregering, en diens familie. Na het begin van de genocide stroomden ook 2.000 Tutsi's uit de omgeving naar de school, in de hoop dat de blauwhelmen hen zouden beschermen.
 
"De ETO had geen muren, het was een open campus met paviljoens", zei meester Eric Gillet, advocaat van Florida Mukeshimana-Ngulinzira, de weduwe van de minister, "maar de blauwhelmen vormden de menselijke muur tegen de Interahamwe-milities die de school dagenlang belegerden".
 
Die menselijke muur viel weg toen de Belgische regering op 7 april besliste haar troepen terug te trekken. Het duurde dan nog vier dagen, tot 11 april 1994, voor de Belgische soldaten de ETO verlieten, waarna de 2.000 vluchtelingen vermoord werden. "De Belgische regering en haar officieren wisten zeer goed dat dit zou gebeuren. Zij hebben die mensen aan hun moordenaars overgeleverd." (belga/adv)