"Jonge treinbestuurders gaan vaker in de fout", zegt NMBS-top

Door: redactie − 22/02/10, 20u10

In de Kamercommissie Infrastructuur heeft de NMBS-top ook toelichting gegeven bij de opleiding, aanwerving en werkdruk van het treinpersoneel. Daarbij valt op dat het aantal opleidingsdagen in vergelijking met onze buurlanden zeer hoog ligt. Uit cijfers over het aantal genegeerde spoorseinen blijkt dan weer dat jonge bestuurders vaker in de fout gaan.

Van die seinoverschrijdingen - 117 in 2009; 30 op hoofdsporen of kritische punten - is 52 procent het gevolg van verstrooidheden of foutieve interpretaties. In totaal gaat het gemiddeld om 2,2 overschrijdingen per 100 bestuurders. Bij jonge bestuurders (minder dan 1 jaar ervaring) ligt dat gemiddelde op 5,8. Daarom krijgen zij extra begeleiding en worden er sensibiliseringsacties gehouden.

Relatief veel opleiding
Tegelijk blijkt wel dat de NMBS relatief veel opleiding aanbiedt. Zo ligt het aantal opleidingsdagen in ons land net als in Nederland op 200, meer dus dan bijvoorbeeld Frankrijk (180), Duitsland (114) of het Verenigd Koninkrijk (150).

Complexe regels rond werktijden
Voor wat betreft de werkdruk benadrukte de spoortop dat de analyse ervan past binnen het sociaal overleg. Die overlegcultuur maakt dat de regels rond werktijden en dergelijke complex zijn, maar ook dat ze permanent opgevolgd en aangepast worden, aldus topman Jannie Haek. Uit cijfers van de preventiedienst CPS blijkt ook dat bestuurders niet vaker om consultaties vragen dan de rest van het NMBS-personeel.

Strenge selectie
Tot slot gaf de NMBS-top nog mee dat de selectieprocedures voor treinbestuurders "onwaarschijnlijk streng" zijn. Slechts 4,2 procent van alle kandidaten behaalt uiteindelijk het brevet van conducteur. (belga/eb)

mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...