Derde keer voor assisen: Verdediging betwist onpartijdigheid

Door: redactie − 07/12/09, 16u38
Beschuldigde Mimoun Zarhaoui.

  • Openbaar aanklager Patrick Boyen.

De raadsmannen van beschuldigde Mimoun Zarhaoui (37) hebben in een uitgebreide akte van verdediging geëist dat openbaar aanklager Patrick Boyen zijn zwarte toga aantrekt en plaatsneemt op gelijke hoogte als de verdediging en de burgerlijke partij. De verdediging is van oordeel dat het openbaar ministerie anders het beginsel van gelijkheid (Europees Verdrag van de Rechten van de Mens) schendt. Zarhaoui staat deze week voor het hof van assisen in Tongeren voor de derde keer terecht voor doodslag op de 40-jarige Ahmed Deriouch.
 
Bierflesjes
Zarhaoui ging het slachtoffer op 4 februari 2005 te lijf met twee bierflesjes en diende hem ruim zeventig snij- en steekwonden toe in zijn studio in de Venusstraat in Antwerpen. De beschuldigde werd eerst bij verstek en later in verzet veroordeeld tot dertig jaar opsluiting. Het hof van Cassatie oordeelde dat het proces moet worden overgedaan omdat de jury de schuldvragen niet gemotiveerd heeft.
 
Zarhaoui beweert dat er sprake is van uitlokking omdat het slachtoffer hem op de avond van de feiten probeerde te verleiden en te verkrachten. Hij ontkent dat hij het slachtoffer opzettelijk met de bierflesjes stak en stelt dat het niet zijn intentie was om Deriouch te doden.
 
Boyen repliceerde op de akte van verdediging dat die deze opmerkingen nooit formuleerde tijdens het proces op verzet in Antwerpen en evenmin voor Cassatie. "Het is duidelijk dat de verdediging zich van een cassatiegrond wil voorzien nog voor het proces goed en wel begonnen is", zei hij.
 
"Bijzondere positie"
De openbare aanklager wees er voorts op dat het openbaar ministerie een "bijzondere", maar geen bevoorrechte positie heeft omdat ze in tegenstelling tot de verdediging de belangen van de maatschappij verdedigt en op objectieve wijze toezicht houdt op de regelmatigheid van de zittingen.
 
Volgens een advies van het Grondwettelijk Hof is het openbaar ministerie van een andere orde dan de beklaagde of de burgerlijke partij omdat ze deelneemt aan de uitoefening van de gerechtelijke macht en daarom niet kan plaatsnemen in de banken van de burgerlijke partij of de verdediging, zo luidde het.
 
Boyen wees er tot slot nog op dat een rode toga nu eenmaal de voorgeschreven ambtskledij van het openbaar ministerie is.
 
Ongegrond
Na een beraadslaging liet voorzitter Michel Jordens in een inderhaast samengesteld arrest weten dat de vordering van de verdediging ongegrond is en dat noch de positie die het openbaar ministerie inneemt, noch haar ambtskledij een grond van schending inhoudt van het recht op een eerlijk proces.
 
Het juridisch getouwtrek had tot gevolg dat de akte van beschuldiging pas in de late namiddag kon worden voorgelezen en het proces al meteen de nodige vertraging opliep.
 
Morgen wordt het getuigenverhoor aangevat. (belga/sps)

mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...