Crisis doet ons niet minder speelgoed kopen
Belgische ouders beknibbelen ondanks de economische crisis nauwelijks op speelgoed. Per kind wordt tussen 230 en 330 euro gespendeerd aan speeltjes. Voor het populaire speelgoed moet overigens één tot vijf procent meer neergeteld worden in vergelijking met 2008. Dat blijkt uit een studie van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO).
Meer videospelletjesDe speelgoedmarkt blijft volgens OIVO stabiel. De verkoopcijfers in België daalden in 2008 met één procent. Wat het klassieke speelgoed betreft, wordt een lichte groei van zeven procent genoteerd. Videospelletjes blijven daarentegen voor het eerst meer in de winkelrekken liggen.
PrijsevolutieDoor de gestegen prijs van plastic en de strengere Amerikaanse wetgeving op de veiligheid van speelgoed schommelt het prijsverschil voor de populaire speeltjes tussen één en vijf procent in vergelijking met 2008. De prijzen van Playskool, Fisher Price, Kiddieland en Little People liggen tien tot vijftien procent hoger dan vorig jaar, terwijl sommige producten van Lego, Barbie, Playmobil, enkele modellen van autobanen en videospelletjes minder duur geworden zijn. OIVO merkte overigens op dat meerdere winkelketens het relatief goedkope speelgoed in de kijker plaatsen.
SterrenUit het onderzoek blijkt dat duurzaam speelgoed en gezelschapsspelen met nieuwe technologische snufjes in de lift zitten. Speelgoed van (teken)films, tv-series of -spelletjes is ook aan een opmars bezig. De "stars" van dit sinterklaasfeest worden volgens OIVO High School Musical, Dora, Cars, Winnie, Spiderman, Batman en Star Wars.
OIVO ondervroeg in oktober producenten, importeurs en 2.557 jongeren van tien tot zeventien jaar over de trends en het consumptiegedrag van jongeren. (belga/lb)