De zaak-Murdoch sleept al een jaar aan. Hoe langer het gekibbel over de banden tussen politiek en media duurt, hoe duidelijker het wordt dat voorbije en huidige Britse regeringen zich middenin het moeras bevinden. Nochtans, zegt Murdoch: "Ik heb premiers nooit om iets gevraagd."
'U bedoelt die pyjamaparty op 10 Downing Street? Nee, op welke ontmoeting doelt u dan? O, die keer dat Gordon en ik spraken over onze presbyteriaanse achtergrond?' Het kon Rupert Murdoch worden vergeven dat hij zijn ontmoetingen met Britse premiers niet meer op een rijtje had. Niet alleen omdat de persbaron de tachtig al gepasseerd is, maar simpelweg omdat het er zo veel waren. De teller staat op 74, en dat is wellicht ook de eindstand.
Vier uur lang ondervroeg de advocaat Robert Jay de mediamagnaat over diens persoonlijke contacten met de afgelopen vijf bewoners van 10 Downing Street, de ambtswoning die hij gemakshalve via de achteringang pleegde te betreden. Het moest onderzoeksrechter Brian Leveson een beter idee geven bij zijn onderzoek naar de ethiek van de Britse pers, dit naar aanleiding van het afluisterschandaal dat Murdoch ertoe bracht om het veelgelezen News of the World op te heffen.
In juli verscheen Murdoch nog zij aan zij met zoon James voor een vaste Kamercommissie, maar daar ging het vooral over het afluisteren van bekende en minder bekende Britten, en het omkopen van politieagenten, door journalisten uit de Murdoch-stal. In kamer 73 van het Londense gerechtshof stonden de politieke contacten van de multimiljardair centraal. Hij bleef stug volhouden dat hij langs deze informele weg nooit zijn zakelijke belangen heeft proberen te bevorderen. Zijn gesprekken met Tony Blair over de euro, bijvoorbeeld, beschreef hij als een 'intellectuele gedachtewisseling'.
De kroongetuige had vanaf het begin de schijn tegen. Zo bestaan er schriftelijke bewijzen dat hij zichzelf in 1981 bij door hem bewonderde Margaret Thatcher had uitgenodigd om te spreken over zijn plan om The Sunday Times en The Times over te nemen. Zulke sporen ontbreken bij zijn werkrelatie met Blair, de onbetwiste koploper met 31 onderonsjes. Murdoch ontkende onder meer dat hij Blair had gevraagd om een goed woordje te doen bij diens Italiaanse collega Romano Prodi, dit in verband met zijn pogingen een Italiaanse televisiezender te kopen. Nee, liever bezondigde hij zich aan gossip.
"Ik heb premiers nooit om iets gevraagd", zo stelde hij herhaaldelijk. Jay wilde dat best geloven, maar hij doelde meer op een subtielere gang van zaken, waarbij Murdoch met name The Sun als machtsmiddel gebruikte. Zolang politieke machthebbers Murdochs zakelijke belangen niet in de weg stonden, zou Engelands meest gelezen dagblad lief voor ze zijn. Murdoch ontkende dit en zei dat The Sun simpelweg de vox populi volgt. "The Sun is in feite de enige onafhankelijke krant van Groot-Brittannië."
Hij illustreerde dit aan de hand van zijn relatie met Gordon Brown. Aanvankelijk hadden de twee goed contact, maar de impopulariteit van Browns regering noopte Murdoch ertoe terug te keren naar de Conservatieven. De premier reageerde ziedend en verklaarde de oorlog aan het rijk van Murdoch.
De kans bestond dat Brown de zakelijke plannen van Murdoch ging frustreren, in het bijzonder de overname van Sky. Daar hoefde Murdoch zich geen zorgen over te maken bij Browns opvolger. Nog geen maand na het aantreden van de regering-Cameron was de tijd rijp voor een miljardenbod op de satellietzender. Murdoch ontkende ten stelligste met Cameron te hebben gesproken over deze overname. Heel vaag herinnerde Murdoch zich dat Cameron, op weg naar zijn Turkse vakantiebestemming, even bij hem langs was gekomen toen hij vakantie vierde op de jacht van zijn dochter. "Elke belangrijke politicus maakt kennis met kranteneigenaren. Dat hoort bij het democratische proces", zei Murdoch. Politieke invloed dichtte Murdoch zichzelf niet toe.

© 2012 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.