Katholieke kerk heeft al sinds 1962 procedure bij misbruik

13/03/10 23u32

De katholieke Kerk heeft op 16 maart 1962 met de instructie van het Heilig Officie 'Crimen sollicitationis' de te volgen procedure bij seksueel misbruik door geestelijken al vastgelegd.

In 1983 werd het aanzetten door de priester tot zonde tegen het zesde gebod geïntroduceerd in het kerkelijk recht. Op 30 april 2001 vaardigde paus Johannes Paulus II het motu propio Sacramentorum sanctitatus tutela uit.

Oordelen over pedofilie
Dit motu propio werd op 18 mei 2001 gepreciseeerd in de brief De delictis gravioribus van kardinaal Joseph Ratzinger. Deze brief versterkt de macht van de Congregatie voor de geloofsleer om te oordelen over de zware fouten tegen de sacramenten, waarvan - nieuw feit - pedofilie door priesters.
 
"Ontoelaatbaar"
De brief herinnert eraan dat seksuele misbruiken ontoelaatbaar zijn en beschouwd worden als delicta graviora (de zwaarste delicten), waarop de zwaarste straffen staan. In 1993 schreef Johannes Paulus II zelf een brief aan de Amerikaanse bisschoppen over de schandalen gepleegd door leden van de geestelijkheid.
 
Hij betreurde deze misbruiken ook tijdens zijn bezoek in 1995 en in Ecclesia Oceania in 2001 (voor Australië). Paus Benedictus XVI trok dezelfde lijn door en sprak er zeer openlijk over seksueel misbruik door geestelijken tijdens zijn pastoraal bezoek aan de VS in 2008, waar hij een ontmoeting had met slachtoffers uit het bisdom Boston.

Ondanks eigen regels
Recent zijn enorm veel gevallen van misbruik van geestelijken aan het licht gekomen, in verschillende Europese landen waaronder Nederland, Zwitserland en Duitsland. De katholieke Kerk lijkt, ondanks haar eigen wetgeving, niet meteen bereid misbruikende priesters uit de Kerk te zetten. De huidige paus, Benedictus XVI, heeft jaren geleden zelfs onderdak geboden aan een pedofiliepriester. (belga/edp)