29/03/11, 15u10
© epa
Het risico dat straling de voedselketen zou binnendringen, is een stuk groter geworden door de berichten over radioactief materiaal in het zeewater. Vooral cesium baart wetenschappers kopzorgen.
-
© reuters
Jodium zou op anderhalve kilometer van de kerncentrale van Fukushima meer dan 1.150 keer het maximum in het zeewater halen. Cesium is daarentegen maar twintig keer sterker dan het normale niveau aanwezig. Toch is die laatste stof de grootste zorg voor de voedselketen. Jodium breekt snel af en halveert iedere acht dagen in kracht. Hier zou een tijdelijk visverbod dus moeten volstaan.
Cesium heeft echter dertig jaar nodig voor het de helft van zijn kracht verliest. De stof wordt door planten geabsorbeerd, door vissen gegeten en heeft net als kwik de eigenschap in hogere concentraties voor te komen in de bovenste lagen van de voedselketen. Water met cesium-137 zou aan het lekken zijn in de kerncentrale van Fukushima. Uiteindelijk zal dat water een weg naar zee vinden.
Radioactieve oceaanDe bron van het besmette water is niet duidelijk. Volgens sommige wetenschappers moeten we de oorzaak zoeken bij het zeewater dat vorige week over de kerncentrale gegoten werd in een wanhoopspoging om de reactors af te koelen. Dat water werd besmet met cesium en liep zo mogelijk terug de zee in. Gelukkig beschikt de oceaan over een enorme capaciteit om radioactieve elementen te verdunnen door z'n volume en diepte.
De oceaan is al licht radioactief. Elementen zoals uranium zijn naar zee gevloeid via rivieren. Recenter hebben mensen radioactief afval in de oceaan gedumpt, waaronder reactors die langzaam afbreken. In 1993 dumpte een Russisch schip honderden ton nucleair afval in de Japanse Zee, wat een diplomatieke rel tussen Tokio en Moskou veroorzaakte. Sinds 1994 hebben de meeste landen de gewoonte opgegeven om kernafval in de oceaan te dumpen. (gb)