03/09/10 21u09
Op 11 juli leek alles nog koek en ei tussen De Wever en Di Rupo.
Na de federale verkiezingen van 13 juni werd duidelijk dat N-VA en PS de grootste partijen van het land waren. Bart De Wever en Elio Di Rupo kregen de opdracht om een nieuwe regering te vormen. Welk parcours hebben zij afgelegd sinds de verkiezingen op 13 juni tot de mislukking van de preformatie vandaag? Een overzicht.
13 juni: De federale verkiezingen draaien uit op een gigantische overwinning voor de N-VA van Bart De Wever. Aan Franstalige kant triomfeert de PS van Elio Di Rupo. Het maakt er de communautaire puzzel niet gemakkelijk op want de PS ging liever niet in zee met de N-VA. De partij van Bart De Wever is aan zet, zo heeft de kiezer het gewild.
Enerzijds belooft het een moeizame formatie te worden, anderzijds benadrukken analisten dat er kansen zijn: het is nu wel duidelijk dat er een grote staatshervorming moet komen, en het lijkt erop dat de Franstaligen zich daar eindelijk mee hebben verzoend. Als De Wever slaagt, kan hij de politieke impasse doorbreken en het land weer stabiliteit brengen.
17 juni: Vier dagen na de verkiezingen wordt Bart De Wever door de koning officieel benoemd als informateur. De taak van De Wever is de grote lijnen uit te zetten van een akkoord waarmee later dan een formateur aan de slag moet. Dat zou dat Elio Di Rupo zijn. Hij wordt het vaakst genoemd als toekomstig premier.
De Wever laat onmiddellijk weten in alle discretie te willen werken om perslekken zoals onder Yves Leterme te vermijden.
De Wever ontvangt de voorzitters van Kamer en Senaat, de partijvoorzitters en spelers uit het middenveld, maar ook de vakbonden en de werkgeversorganisaties, en de ministers-presidenten van de deelregeringen. Zij eisen wel meteen meer geld als ze meer bevoegdheden zouden krijgen van de federale overheid. Er lekt weinig uit van de onderhandelingen. Dat wordt door analisten als een goed teken beschouwd. De Wever oogst lof voor zijn aanpak, ook bij de Franstaligen.
23 juni: Marianne Thyssen stapt onverwacht op als voorzitter van de CD&V. Wouter Beke volgt haar tijdelijk op en zal mee de onderhandelingen voeren over de formatie.
1 juli: België wordt voorzitter van de Europese Unie. Het is de aftredende regering van premier Yves Leterme en minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere die de honneurs mag waarnemen.
8 juli: De Wever trekt met zijn rapport naar de koning. Op de persconferentie verklaart hij: "Ik had graag meer convergenties gevonden, maar je moet in enkele weken tijd geen mirakels verwachten." De Wever heeft de koning gevraagd om een "nieuw initiatief" te nemen. Over de partijen die deel kunnen of moeten uitmaken van een nieuwe regering, spreekt de ex-informateur zich niet uit.
Later die avond duidt koning Albert II Elio Di Rupo aan als preformateur.
11 juli: Elio Di Rupo woont de plechtigheden voor de Vlaamse feestdag bij -een belangrijk signaal- en op maandag 12 juli start de preformateur met zijn consultaties. Hij kondigt aan dat hij met alle "democratische" partijen wil onderhandelen. Hij zal zijn opdracht ook in nauw overleg met De Wever uitvoeren. Di Rupo verklaart herhaaldelijk dat hij alle mogelijke coalitiepistes openlaat.
20 juli: Di Rupo brengt een eerste keer verslag uit bij de koning. In een mededeling zegt hij dat hij voortaan op twee sporen verder werkt. Eerst moet er klaarheid komen over het communautaire luik, dat wordt het speerpunt van de preformatie. Daarvoor zal hij met 7 partijen verder onderhandelen om een tweederdemeerderheid te bereiken. Het gaat om Groen!, Ecolo, de PS, het CDH, de N-VA, CD&V, de SP.A.
Pas na een akkoord over het communautaire luik, zullen de eigenlijke regeringsonderhandelingen volgen.
De onderhandelingen verlopen echter niet zo vlot als vooraf gehoopt. Omdat de sfeer tussen de onderhandelaars verzuurt, stuurt Di Rupo iedereen op vakantie. De "semaine familiale" moet de onderhandelaars wat ademruimte geven.
12 augustus: De onderhandelaars zitten voor het eerst in 2 weken opnieuw samen. De sfeer is achteraf pessimistisch. Volgens de N-VA en CD&V ligt er te weinig op tafel en Joëlle Milquet (CDH) wordt met de vinger gewezen. In de daaropvolgende dagen wordt nog naarstig gezocht naar een kaderakkoord, maar dat komt er uiteindelijk niet.
18 augustus: De bom barst wanneer de Vlamingen de hele financieringswet in vraag stellen. De Franstaligen zijn bang dat dat zou leiden tot een verarming van Wallonië en Brussel en gaan niet akkoord. Een nieuw bezoek aan de koning is onvermijdelijk.
Nu moet de koning voor afkoeling zorgen. Hij vraagt Di Rupo om voort te onderhandelen, maar bouwt wel eerst een rustpauze in. Alle partijvoorzitters komen op de thee op het paleis.
21 augustus: De onderhandelingen starten opnieuw. Er komt wel een principeakkoord over de financieringswet, maar alles loopt uiteindelijk weer vast op Brussel.
De Franstaligen eisen 500 miljoen euro extra, de Vlamingen willen een deel van dat bedrag laten afhangen van het welslagen van de hervorming van de financieringswet.
29 augustus: Na een laatste marathonvergadering van 10 uur gaan de onderhandelaars om 3.30 uur 's ochtends zonder akkoord uit elkaar.
"Waar is het vertrouwen? Het is op", zijn de kranten pessimistisch. Niemand gelooft nog in een goede afloop en toch vraagt de koning aan Di Rupo om voort te doen. Di Rupo aanvaardt de opdracht, maar laat het niet na om uit te halen naar de N-VA en CD&V. "Een akkoord is mogelijk, als iedereen redelijk is."
In de dagen die erop volgen, wordt duidelijk dat de formatiegesprekken op sterven na dood zijn. De Vlamingen vragen nog dat er dingen op papier worden gezet, de N-VA pleit ervoor om eerst apart te onderhandelen met de PS, maar het zijn niet meer dan de laatste stuiptrekkingen om de formatie te rekken.
3 september: Om 16 uur in de namiddag geven de onderhandelaars er de brui aan. (ka)