Nathalie Carpentier −
02/02/12, 07u27
'Ij heeft rare geluid gehoort'. Krullen uw tenen ook als u zulke dt- en andere fouten leest op de Facebookpagina van zoon- of dochterlief? Kalmeer, het hoort erbij. Op Facebook schrijven ze 'hij word'. Als u geluk heeft, hanteren ze nog wel dt-regels als de tekst uw richting uitgaat.
-
Ma jullie weirdos :p latijn da word een dikke flop
Cassandra
-
Jullie weirdos toch (steekt tong uit). Latijn, dat wordt een dikke flop
-
hoezee :-) eef iemand da bericht al gezien op ss van em?
Lars
-
Hoera (glimlach) Heeft iemand zijn bericht op Smartschool al gezien?
-
ja da was egt zielig voor em
Wout
-
Ja, dat was echt zielig voor hem
-
mja ij oest ook al zot lang éé
Ruben
-
Maar ja, hij hoest ook al heel lang, hé
'Myn pa staat te wagten', stond er in een sms'je van Haroun (13). Las ik dat goed? Wachten met een 'g'? "Dat is perfect normaal in sms en op Facebook", verdedigde hij zich wat later. "Wij vervangen alles met 'ch' door een 'g'. Dat is korter. En -dt wordt -t of -d. Dat leest gemakkelijker. En wij schrijven 'zegge', niet 'zeggen'. Zonder eind-n. In taakjes doe ik dat niet, hoor. Wel op briefjes die we doorgeven in de klas."
Zo doe je dat dus als veertienjarige op internet. Een kleine zoektocht op Facebookpagina's van jongeren geeft hem gelijk: "Da word een dikke flop. gy luisterd zo goe he. veel succes sgatie!! , ja da was egt zielig voor em."
Voor wie op school nog gedrild werd in spellingsregels, is het even knipperen met de ogen. Hoe kijken veertienjarigen daar zelf naar? We vroegen het aan Cassandra, Wout, Lars en Ruben van het Koninklijk Atheneum Voskenslaan in Gent. "Echte regels om anders te spellen op Facebook of in sms'jes hebben we niet", zegt Cassandra. "Je schrijft er anders, omdat je gehaast bent." Lars: "Op Facebook let je niet op -dt." Wout knikt. "Dat doe je alleen bij toetsen. Op Facebook schrijf ik 'hij word' met -d nooit met -dt. Maar ik schrijf niet zoveel fouten."
Met de handGeen probleem, op Facebook zijn ze 'onder vrienden'. Alleen durft er in de klas ook wel wat aan hun spelling te schorten. Is er een verband tussen de spelfouten op sociale media en in de klas? Zelf denken onze jongeren van wel. Cassandra: "Ik probeer die andere spelling nu toch wat meer te vermijden omdat mijn punten daardoor naar beneden gingen. Als je dat superveel doet, let je er niet meer op en doe je dat ook soms in de klas. Onbewust." Lars: "Ik heb echt wel problemen met de vervoeging van het werkwoord 'worden'." Cassandra: "Op briefjes die we uitwisselen, denk ik meer aan dt-regels. Als ik met de hand schrijf, let ik er sowieso beter op."
Dat is niet verwonderlijk, zegt Erik Moonen van de Universiteit Hasselt. "Om spellingspatronen in te prenten, leer je die best met de hand en niet met de computer. Wat ze typen, vergeten ze weer. Dat is in dit verband goed nieuws. Als iemand 'hij luisterd' tikt op pc, voorspelt dat niet dat hij die fout ook met de hand zal maken. Schrijven ze het zo met pen, dan is het wél een voorspeller. Op Facebook kan het hen ook gewoon minder schelen hoe je het schrijft. Het moet vooruit gaan. Schrijven staat daar gelijk met praten."
Omdat hij zoveel universiteitsstudenten met spellingsproblemen zag, is Moonen een opleiding academisch Nederlands begonnen. "Als ik achttienjarigen er nu op wijs dat 'hij word' fout is, krijg ik soms het antwoord dat ze dat echt niet wisten. Dat was tien jaar geleden ongezien." Moonen is vijftig. "Mijn generatie zou 'hij verteld' gewoon niet op papier krijgen. Wij hebben enkel met pen leren schrijven. De spelling zit er veel dieper ingeslepen dan wanneer je het ook met stempelen en woordbeeldjes hebt geoefend zoals jongeren vandaag."Een theorie stelt dat je geheugen je bij dt-fouten zoals 'hij verteld' voor de voeten loopt, vertelt Moonen. "De uitdrukking 'Hij heeft verteld' bestaat ook. Als je dat al zo hebt vaak gebruikt dat het zo in je geheugen zit opgeslagen, zou het kunnen dat je dat ook eens in de tegenwoordige tijd gebruikt. Als 'hij verteld'."
OnverschilligheidEen theorie waar Moonen het zelf niet mee eens is. "Ik denk dat hun geheugen vandaag eerder verkeerd wordt geprogrammeerd. In veel speloefeningen moeten jongeren enkel invullen: één of twee middenklinkers in 'onmiddellijk', maar niet het hele woord. Dan heb je vijftig procent kans om juist te gokken. Dat kan een papegaai ook. Of bij een test als 'hij wordt' moeten ze enkel de werkwoordsvorm invullen en niet systematisch het onderwerp en het werkwoord. Daardoor leer je het niet meteen als één geheel te beschouwen. Als je telkens die combinatie zou moeten schrijven zoals wij vroeger, slijp je dat er beter in. Je moet leerlingen schrijfmogelijkheden geven. Oorzaken voor spellingsproblemen worden vaak elders zoals bij sociale media gezocht, terwijl het ook met onderwijs te maken heeft."
Jan Lecocq, bevoegd voor Nederlands in het secundair onderwijs in het Gemeenschapsonderwijs wijst wel naar de sociale media. Tot voor kort was informeel taalgebruik vooral mondeling, zegt hij. "Nu zijn er meer en meer informele contexten waarin leerlingen schrijven. Ze moeten leren dat in formele contexten andere regels gelden dan voor sms of Facebook. Het probleem is dat ze verschillende registers door elkaar gebruiken en het onderscheid niet meer maken. Die overschakeling van de ene taal naar de andere is niet makkelijk. School is vaak nog de enige plaats waar ze Standaardnederlands leren. Je moet hen daarin meer schrijfkansen geven."
Moonen: "Een kwalijke tendens blijft voor mij dat bij de hedendaagse onderwijsmethoden de nadruk ligt op vaardigheden in plaats van op regelkennis. Ik begrijp dat je een leerling die slecht is in Nederlands daar niet genadeloos voor moet straffen in Geschiedenis. Maar als je daar niet corrigeert voor spelling en enkel voor inhoud, geef je de boodschap mee dat spelling niet belangrijk is. Dat er ook formele contexten zijn waar onjuiste spelling mag. Dat is wél dodelijk. Je mag er niet onverschillig tegenover staan."
Lecocq wil niet aan het belang van vaardigheden tornen. "Je moet de vakinhoud zuiver houden. Maar het mag niet lijken of spelling niet belangrijk is. Scholen zoeken daar oplossingen voor. Ze motiveren leerlingen om hun spelling buiten het vak Nederlands te verzorgen."
Ook de Nederlandse Taalunie boog zich al over de kwestie en publiceerde eind vorig jaar nog een rapport met de veelzeggende titel Ze kunnen niet meer spellen. Ook al viel een echte achteruitgang niet hard te maken, ze besloten wel dat correct spellen voor veel jongeren niet vanzelfsprekend is. Daarbij keken ze onder andere naar de invloed van sociale media. "Ze schrijven veel, maar vooral in een omgeving waarin andere conventies gelden dan in de traditionele schrijfcultuur van brieven en publicaties."
Sfa fwa?De Taalunie verwijst ook naar de studie De spelling voorbij van Koen Gueuens aan de KULeuven. Hij wou weten of er nu fouten gemaakt worden die vroeger niet gemaakt werden. Geuens bevroeg ook leerkrachten. Vreemd genoeg hadden sommige leerkrachten die aan dezelfde leerlingen les gaven tegenovergestelde ervaringen. Sommigen stelden dat leerlingen drommels goed weten wanneer ze welke code moeten hanteren. Anderen melden heel geregelde fouten zoals 'sgool' (school) en 'tog' (toch) in schoolwerk. Andere voorbeelden die gegeven werden, waren 'ff', 'w8', het weglaten van de eind-n en het gebruik van internetafkortingen.
Zijn conclusie? "Er is zeker een impact, maar niet zo rampzalig als men soms denkt. Ik zag niet zozeer een toename van het aantal échte fouten, wel van een nieuw soort fouten. Het gaat vooral om afkortingen, vaak functionele spelfouten. En jongeren spellen vluchtiger. Spelling heeft voor hen nu, net zoals spreektaal, registers die ze aan de situatie kunnen aanpassen, maar ze kunnen dat niet altijd perfect", zegt Gueuns. "Als spelwijzigingen in het schoolwerk gemaakt worden, is dat waarschijnlijk te wijten aan onvoldoende registerbeheersing."
Soms zijn ze zich heel erg bewust van het andere register, zeggen de jongeren zelf. Wout: "Als ik een sms stuur naar mijn mama, probeer ik mooi te schrijven." Let hij dan op dt-fouten? (Grinnikt): "Dan wel, ja. Anders krijg ik bij thuiskomst zeker te horen: ken je die regels nu nog niet?"
Vraag is ook: begrijpen ze die nieuwe Facebook- en sms-spelling zelf nog altijd? "Nee", klinkt het in koor. Leest u even mee: Ga gy Fifa&éKOPE? (Gaat gij Fifa12 kopen?), Kem et al (Ik heb het al), sfa fwa? (ça va of wat?), Ouders kwa zeke? (Uw ouders waren kwaad zeker?), Sjoe kga nu ng wa kasse ciao (Chou, ik ga nu nog wat gamen. Ciao), mja ij oest ook al zot lang éé (Maar ja, hij hoest ook al heel lang, he).
Cassandra: "Sommigen korten echt alles af. Of laten altijd hun klinkers weg. Als ik dat dan zeg, sturen ze het opnieuw, maar dan kan ik het soms nog niet lezen." Wout: "Marginaal schrijven noemen wij dat." Ruben: "Als je begint met Facebook of Netlog, moet je eerst die afkortingen leren." Ze knikken. Wout: "'Wat doe je' is wdj." "Daar moet je jwz op antwoorden", lacht Ruben. "Dat betekent: je weet zelf." Ik kijk niet-begrijpend op. Wout: "Dat schrijf je als je niet weet wat je moet antwoorden."
Lars: "Ik heb eens met een West-Vlaming gechat. Daar begreep ik helemaal niets van." Ruben blaast. "Maar die schrijven zoals ze praten." En zij niet dan? Hilariteit. "Ja, wij misschien ook wel."