Ronald Meeus −
14/01/12, 17u41
De ES8000 van Samsung, een tv met ingebouwde camera en microfoon.
© afp
Liefhebbers van alles wat knopjes heeft, konden deze week hun hart ophalen op de Consumer Electronics Show, het jaarlijkse mekka van de elektronica-industrie in de Amerikaanse zondestad Las Vegas. Media.com woelde door het aanbod van nieuwigheden die op de beurs werden voorgesteld, en haalde er vier belangrijke trends voor 2012 uit.
1. Weg met de afstandsbedieningHet zapkastje zoals we dat vandaag kennen, heeft zijn tijd gehad. Fabrikanten van televisietoestellen en andere elektroproducten experimenteren al enkele jaren met een nieuwe manier om hun apparaten te bedienen, wat tot nu toe vooral resulteerde in onhandige varianten op Nintendo's Wii-zwaaipook. Maar ondertussen hebben ze iets beters gevonden: bewegingsbesturing. De grote referentie is hier de Kinectsensor voor Microsofts Xbox 360-gameconsole, een product dat ondertussen meer dan 18 miljoen keer over de toonbanken gleed, en dat - zo bleek uit de allerlaatste CES-openingsspeech van Microsoft-opperhoofd Steve Ballmer - binnenkort een onmisbaar bedieningsinstrument voor pc's wordt.
Maar de Kinect heeft ondertussen verder school gemaakt. Samsung introduceerde op de Consumer Electronics Show (CES) zijn ES8000-televisietoestel, met een ingebouwde camera en microfoon. Handig om het toestel in de toekomst te gebruiken voor videoconferencing (dankzij een Skype-app die je kunt downloaden op het toestel), maar het ding herkent ook stemcommando's, gezichten en zwaaibewegingen. Het moment waarop u gewoon door de tv-zenders kunt bladeren, is dus niet meer zo ver weg.
Andere fabrikanten experimenteren met touchscreentechnologie. Panasonic showde bijvoorbeeld een gewone afstandsbediening met een aanraakschermpje aan de bovenkant. Voorlopig blijven producenten nog zoeken naar het beste van twee werelden, maar sinds de komst van de Kinect is het duidelijk dat de ruim zestig jaar oude afstandsbediening haar zeventigste verjaardag misschien wel zal moeten vieren in een museum.
2. Iedereen blijft tablets makenVan de tientallen merken die op de CES van vorig jaar hun eigen tablet voorstelden, blijven er maar enkele over. Maar nu het product in kwestie voor sommige fabrikanten (vooral Apple en Samsung) een succes blijkt te zijn, gooit een tweede golf fabrikanten zich op de tabletmarkt.
Polaroid is daar één van, het Amerikaanse icoonmerk dat zware klappen kreeg door de snelle doorbraak van de digitale fotografie en het nu koortsachtig over een andere boeg probeert te gooien. Misschien is het wel tijd voor Polaroid-tablets, dacht het bedrijf. We mogen dit jaar drie varianten van de Polaroid Spectrum verwachten, met een dwarsdoorsnede van zeven, acht en negen inch, een camera vooraan en achteraan, en een intern geheugen van 4 tot 16 gigabyte, dat kan worden uitgebreid met geheugenkaartjes.
Een belangrijke katalysator voor die nieuwe golf van tablets kan de nieuwste versie van Googles Androidbesturingssysteem zijn. Ice Cream Sandwich, zoals die vierde uitvoering heet, is eindelijk volledig geoptimaliseerd voor de grotere en krachtigere toestellen die tablets zijn. Begin vorig jaar, met de eerste grote tabletvloed, draaiden alle toestellen die uitkwamen nog op de tweede versie van Android, en die was - omdat ze specifiek voor smartphones was gemaakt - niet zo geschikt voor tablets.
Een merk dat ook ineens op de tabletmarkt is gesprongen, is Razer, een fabrikant van toebehoren voor videogames. Op de CES stelde het bedrijf zijn Fiona-concept voor, een poging om een krachtige, voor het spelen van videogames bedoelde pc in een tabletvorm te gieten. De besturing van de games gebeurt met twee fysieke controllers, die aan de zijkanten van het toestel worden bevestigd. Er staat voorlopig nog maar een prototype op de beurs, maar het uiteindelijke product moet een winkelprijs van zo'n 750 euro krijgen.
3. Audiofiele technologie aan de armNu iedereen een hele platenkast in zijn broekzak heeft zitten, proberen ook de audiofiele merken mee te gaan met hun gebruikers: naar buiten dus. Bose gaf wat dat betreft eerder dit jaar al een schot voor de boeg met zijn SoundLink Wireless-toestel, een donders goeie speakerset in een etui die muziek van liefst zes verschillende smartphones, laptops en andere apparaten kan afspelen door middel van een Bluetoothverbinding.
Op de CES was duidelijk dat andere fabrikanten die op het audiofiele publiek mikken dat voorbeeld hebben gevolgd. Bang & Olufsen riep zelfs een nieuw submerk in het leven voor draagbare audioproducten, die onder de koepelnaam B&O Play op de markt zullen komen. Het idee erachter is hetzelfde als dat achter de SoundLink van Bose: toestellen die betere audio leveren, maar draagbaar zijn en een aanvaardbare winkelprijs hebben. De Beolit 12 wordt het eerste B&O Play-product: een systeem dat eruitziet als een blikken picknickmand, met binnenin een setje deftige speakers. Winkelprijs: 699 euro.
4. Kleinste pc ter wereldMet de opmars van smartphones, tablets en smart-tv zou je denken dat fabrikanten van de oude getrouwe pc het ondertussen stilaan hebben opgegeven. Maar ook die proberen gewoon de nieuwe trends te volgen. Door hun producten bijvoorbeeld zo klein te maken dat ze overal mee naartoe kunnen worden genomen, en overal in huis kunnen worden weggemoffeld. De Chinese fabrikant Lenovo, erfgenaam van de pc-afdeling van pionier IBM, liet op de CES zijn IdeaCentre Q180 zien, een toestel dat door de trotse fabrikant de kleinste pc ter wereld wordt genoemd.
Nu zijn er de afgelopen jaren al heel wat verdienstelijke pogingen geweest om een zo klein mogelijke computer op de markt te brengen, maar de IdeaCentre Q180 valt vooral op door wat er in het toestel zit: een krachtige 'dual-core' processor van Intel, interne videohardware die HD-beeld en 7.1-kanaals geluid kan afspelen, en een aansluiting voor HDMI-, USB 3.0- en VGA-kabels. Het kan de centrale component van een volledig multimediasysteem in huis worden, waarbij de randapparaten alle aandacht opeisen: uiteraard moeten nog een toetsenbord, een scherm (een tv dus) en andere apparaten aan het toestel worden gehangen. De prijs van ongeveer 250 euro is ook niet al te belachelijk.