Redden of laten uitsterven?

Rik Van Puymbroeck − 16/11/11, 07u24

'Móét je alle panda's bewaren?' In zijn vraag zit de twijfel: filosoof en auteur Bas Haring vindt het een discussie waard. En hij is niet alleen. Volgens de BBC zou een meerderheid van 600 wetenschappers vinden dat er keuzes gemaakt moeten worden. Omdat niet alle diersoorten gered kunnen worden. En omdat het te veel geld kost. 'Vraag is wie die keuzes moet maken', zegt Koen Stuyck, woordvoerder van WWF in België.

Er is commotie in dierenland. Eerst berichtte de Britse krant The Independent dat de zoo van het Schotse Edinburgh binnenkort twee reuzenpanda's uit China zal huisvesten en dat dat voor voeding alleen zo'n 80.000 euro per jaar zal kosten. De dieren eten enkel bamboescheuten en die worden speciaal voor die twee in Amsterdam gekweekt. Zelfs dierenrechtenorganisaties bestempelden het plan als 'gekkenwerk'.

En dan was er die bevraging bij 600 wetenschappers en het debat op de BBC-website onder de titel: 'Should we give up trying to save the panda?' Waarbij de reuzenpanda enkel symbool staat voor álle bedreigde diersoorten.

Mocht de discussie nieuw zijn, dan zou het World Wildlife Fund (WWF) dit jaar zijn vijftigste verjaardag niet vieren. Toch is de discussie opmerkelijk omdat, het darwinisme indachtig, wetenschappers zich om voornamelijk financiële redenen neer lijken te leggen bij op het opgeven van een boel diersoorten. Het woord 'triage' viel. "Maar wie durft te zeggen dat naar deze strijd te veel geld gaat, op moment dat er hopen geld naar speculatie gaan", zegt Koen Stuyck van WWF in België.

Voor de organisatie, die de panda al decennia in haar logo voert, is het een retorische vraag. Om twee redenen. "Wie heeft de autoriteit om te zeggen dat deze diersoort wel waardevol is en welke niet? Allemaal maken ze deel uit van de voedselketen en hebben ze hun waarde. Bovendien beschermen we niet alleen dieren, maar ook hun habitat. Noem het een package deal."

Een deal die het WWF, figuurlijk, afsloot met wat zij hun 'flagship species' noemen en met de 'footprint-impacted species' die bedreigd zijn door jagers, boskappers en vissers. Behalve de reuzenpanda's, waarvan er op dit moment nog 1.600 in het wild leven, gaat het onder meer over tijgers, gorilla's, walvissen, dolfijnen, zeeschildpadden en neushoorns. "Van de Javaanse neushoorns zijn er maar vijftig meer over", zegt Stuyck, die er meteen aan toevoegt: "Natuurlijk is het onmogelijk álle diersoorten te redden. Elke 13 minuten zou er een soort uitsterven. In totaal schat men dat zo'n 50.000 per jaar uitsterven, zowel fauna als flora, van het kleinste beestje tot de grootste neushoorn. Maar betekent dat dat je niet moet proberen? Neen."

Daar is Bas Haring, Nederlands filosoof verbonden aan de universiteit van Leiden en auteur van Plastic panda's, het niet mee eens. "Sowieso lopen de schattingen van het aantal soorten dat uitsterft enorm uiteen", zegt Haring. "Maar ik vermoed dat we 99 procent van die soorten niet eens kennen. Daar horen immers ook insectjes en schimmels en misschien zelfs bacteriën bij. Hoeveel het er ook zijn, het is gewoon onbegonnen werk."

Lijkt logisch, maar Haring gaat verder: "We zullen moeten wennen aan het feit dat dingen verdwijnen als gevolg van onszelf. We zijn met 7 miljard en dat heeft gevolgen. Natuurlijk kun je en moet je iets doen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Maar wat met die 7 miljard? Ga jij morgen zelfmoord plegen om dat cijfer naar beneden te halen? Ik alvast niet. Bovendien lijkt het me dat wij dat uitsterven van die dieren erger vinden voor onszelf dan voor die dieren. Volgens mij zitten die organismen er zelf niet zo mee in."
  • Lees meer in De Morgen
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...