Waarom zon, wind en water nog veel tijd nodig hebben

20/04/10 07u00

Zonnepanelen, windmolens, waterkrachtcentrales,... het zijn allemaal middelen om energie op een ecologische manier op te wekken. Waar Denemarken gelooft dat natuurlijke bronnen in al ons energieverbruik kunnen voorzien, denken landen als Frankrijk en de Verenigde Staten opnieuw aan kernenergie. Groene energie en kernenergie zijn allebei een mogelijkheid om de fossiele brandstoffen te vervangen. En toch kunnen ze maar niet hand in hand gaan.

  •  Per persoon moeten we voor 40 jaar energie op een hoeveelheid kernafval ter grootte van een tennisbal rekenen. Die tennisbal wordt dan ook pak groter als we bedenken dat de inhoud duizenden jaren schadelijk blijft  
  • Deze boot vaart volledig op zonne-energie.
    Deze boot vaart volledig op zonne-energie.
  • Onlangs maakte het zonnevliegtuig haar eerste vlucht.
    Onlangs maakte het zonnevliegtuig haar eerste vlucht.
  •  Het probleem met zonne-energie is dat het momenteel verkocht wordt als de oplossing voor al onze problemen  
    Energiejournalist William Tucker
  •  Noorwegen is vandaag het meest succesvolle Europese land op het vlak van waterkracht. Het land haalt liefst 98 procent van zijn energie uit waterkracht  
In Denemarken lagen de plannen voor de bouw van een kerncentrale klaar toen de oliecrisis in de jaren 70 toesloeg. Er kwam echter veel protest, ook uit politieke hoek. Daarom heeft de Deense regering kernenergie definitief verbannen. Met succes, want in geen enkel ander land ter wereld kon groene technologie zo snel groeien. Meer dan vijfduizend windmolens zorgen ervoor dat de Denen op winderige dagen al volledig onafhankelijk zijn geworden van andere energiebronnen. De windmolens vangen zo'n 20 procent van het energieverbruik op.

De tijd van het internet
Het Deense verhaal klinkt bijna als een sprookje. Dat moeten zelfs de grootste voorstanders van kernenergie durven toegeven. Kerncentrales zullen dan wel niet even vervuilend zijn als gewone centrales, achteraf blijven we toch met het afval zitten. Per persoon moeten we voor 40 jaar energie op een hoeveelheid kernafval ter grootte van een tennisbal rekenen. Die tennisbal wordt dan ook pak groter als we bedenken dat de inhoud duizenden jaren schadelijk blijft. Windmolens en zonnepanelen zijn dus nog steeds milieuvriendelijker, maar kunnen zij voor zeven miljard mensen voldoende energie produceren?

De eenvoudigste oplossing is minder energie verbruiken. Of op een efficiëntere manier met energie omgaan. Maar dat proberen experts al jaren en toch zijn we steeds meer gaan verbruiken. Vooral in de Verenigde Staten is het energieverbruik enorm gestegen in vergelijking met 25 jaar geleden. Laten we een blik werpen op een Amerikaanse woning. Koelkasten zijn tegenwoordig veel efficiënter geworden dan de toestellen die vroeger energie opslokten. Maar toen had een gezin slechts één koelkast, vandaag zijn veel woningen in de VS uitgerust met twee of meer koelkasten.

Air conditioning is een ander fenomeen. In 1980 beschikte slechts 27 procent van de Amerikaanse woningen over een luchtkoelingsysteem. Intussen is dat aantal naar een slordige 60 procent gestegen. Nog schokkender is de intrede van de microgolfoven. Dertig jaar terug in de tijd moesten we nog zoeken om een keuken met zo'n toestel te vinden (14 procent). Vandaag is een keuken zonder microgolfoven zeldzaam geworden (88 procent heeft er één).

Het heeft dus weinig zin om efficiënter met energie om te springen als we steeds dingen blijven uitvinden die meer verbruiken. Natuurlijk zou ons energieverbruik nog meer uit de hand gelopen zijn als we er niet over hadden nagedacht. Uiteindelijk zullen we er misschien in slagen om ons energieverbruik per persoon te stabiliseren. Maar intussen blijft het aantal bewoners van deze wereld toenemen en zo zal ook de vraag naar energie onherroepelijk stijgen.

Water
In de hele wereld hebben volkeren potentieel gezien in water. Zelfs de Romeinen maakten gebruik van waterkracht. Begin vorige eeuw kreeg waterkracht een nieuwe dimensie, want dammen werden gebouwd om elektriciteit te produceren. In de VS ging het zelfs zover dat een derde van het energieverbruik werd opgevangen door waterkracht. Intussen is dat percentage onder tien procent gezakt, aangezien er geen plaats meer is om waterkrachtcentrales te bouwen. Dat waterkracht nog steeds voor 90 procent van de groene energie in de VS zorgt, zegt genoeg over hoe duurzame energie in dat land genegeerd werd.

Water was ten tijde van president Theodore Roosevelt de ideale oplossing. De meren die aan de gigantische dammen lagen, konden ook als recreatie gebruikt worden (varen, vissen, enz.). De dammen zorgden ervoor dat steden en dorpen niet overstroomd werden. Toch hadden veel milieujongens kritiek op de dammen. Die enorme constructies lagen immers in belangrijke en historische natuurgebieden.

Noorwegen is vandaag het meest succesvolle Europese land op het vlak van waterkracht. Het land haalt liefst 98 procent van zijn energie uit waterkracht. Ook in Brazilië, Canada, Venezuela en Paraguay speelt waterkracht een niet te onderschatten rol. In sommige landen biedt waterkracht dus enorm veel mogelijkheden, maar dat lukt niet overal.

Wind
Misschien kan wind meer succes bieden. In groene kringen wordt dat wel eens de energiebron van de toekomst genoemd. Vooral Denemarken toonde al aan dat wind inderdaad een belangrijke bron kan zijn. Daar zorgt wind nu al voor 20 procent van de elektriciteit. Langs de Deense kust is het moeilijk om een strook zonder windmolens te vinden. Duitsland heeft met meer dan 20.000 MW ook een enorme capaciteit, goed voor 6 procent van de energieproductie. Tegen 2015 zou Duitsland ook 20 procent van zijn energie uit wind willen halen.

In de Verenigde Staten ligt dat aandeel nog een stuk lager. Maar met ruim 20.000 MW groeit de windmarkt er jaarlijks wel met 45 procent. Tegen 2020 zou windenergie voor 10 procent van de Amerikaanse elektriciteit kunnen zorgen. Op langere termijn zou zelfs nog een verdubbeling mogelijk zijn. Maar de tegenwind blijft aanzienlijk en zelfs milieubewegingen zitten met een dubbel gevoel. "Die dingen zijn gigantisch. En we weten pas wat er gaat gebeuren als het te laat is", zegt milieuspecialist Bill Volkert. Uit die onzekerheid groeiden talloze organisaties die zich tegen windenergie verzetten.

Ook windenergie heeft een hoop beperkingen. Zo waait de wind niet altijd en zouden windmolens amper 30 procent van de tijd voor energie zorgen. Wind valt ook moeilijker te voorspellen dan bijvoorbeeld zonneschijn. Als het twintig procent harder gaat waaien, kan de output in enkele minuten tijd verdubbelen. In Denemarken zijn de weersvoorspellingen dan ook van groot belang voor operatoren van windmolens. Aangezien het niet zo eenvoudig is om windenergie op te slaan, moet de meeste energie gebruikt worden tijdens de productie.

Ten slotte hebben windmolenparken behoorlijk veel ruimte nodig en dat zorgt in de ogen van veel mensen voor lelijke en lawaaierige constructies in het landschap. Windenergie heeft dus een niet te onderschatten potentieel, maar zal het erin slagen de kritiek van zich af te werpen en onze belangrijkste energiebron te worden?

Zon
Ook zonnepanelen hebben de voorbije jaren een enorme opmars gemaakt. Toch is zonne-energie nog lang niet volledig inzetbaar. Zo kan slechts een beperkt aandeel omgezet worden in energie. Het voordeel van de zon is dat de piekmomenten beter te voorspellen zijn dan die van de wind. En dat piekmoment gebeurt meestal op ogenblikken waarop we de meeste energie nodig hebben.

"Het probleem met zonne-energie is dat het momenteel verkocht wordt als de oplossing voor al onze problemen", schrijft de Amerikaanse energiejournalist William Tucker. Dat kan voor een grote illusie zorgen bij al wie op dit moment investeert in de energiebron van de toekomst. Volgens Tucker kan zonne-energie wel degelijk successen scoren, maar dan moeten we er verstandig mee omspringen.

Zonne-energie werd vooral een hype in Duitsland en Japan. Op Duitse daken kom je tegenwoordig bijna overal zonnepanelen tegen. Ook Spanje en Italië zien het potentieel van zonne-energie in. Een paar jaar geleden groeide zelfs het idee om een groot zonne-energiepark in de Sahara te bouwen. Maar dan moet die energie natuurlijk nog altijd hier geraken.

Een nieuwe kans?
Duurzame energiebronnen zijn meer dan ooit de energiebronnen van de toekomst. Maar hoe ver ligt die toekomst nog? Op dit ogenblik lijkt het niet mogelijk om wereldwijd alle energievraag op te vangen met duurzame bronnen. In sommige landen, zoals de Verenigde Staten, is het bovendien niet eenvoudig om in tijden van crisis in groene technologie te investeren. Toch is het duidelijk dat die investeringen noodzakelijk zullen zijn.

Als we het IPCC mogen geloven, moeten we over een paar jaar een kantelmoment in onze CO2-uitstoot bereiken. Het ziet er voorlopig niet naar uit dat de duurzame energiebronnen tegen ongeveer 2020 sterk genoeg zullen staan om fossiele brandstoffen te verbannen. En dan treedt kernenergie plots weer op het toneel... (gb)

Morgen lees je op Planet Watch hoe Californië een energiecrisis gebruikte om de kaart van groene energie te trekken.
  • Windenergie (cijfers: 2008)
    1. Denemarken 19,1%
    2. Portugal 11,3%
    3. Spanje 11,1%
    4. Duitsland 6,6%
    5. Verenigd Koninkrijk 2,0%
  • Waterkracht
    1. Noorwegen 98,2%
    2. Brazilië 85,5%
    3. Venezuela 67,1%
    4. Canada 61,1%
    5. Zweden 44,3%

deGedachte

De beste gedachten verschijnen in de krant