17/01/12, 14u19
Stefaan Van Hecke.
© belga
Het Vlaams Parlement zal wellicht niet anders kunnen dan de vergoedingen voor zijn parlementsleden te verlagen zoals is afgesproken op federaal niveau. Dat zegt Groen-fractieleider Stefaan Van Hecke. Hij baseert zich op een artikel in de Bijzondere Wet van 1980 waarin staat dat de vergoedingen in de deelstaatparlementen niet hoger mag liggen dan de vergoedingen in de federale Kamer van volksvertegenwoordigers.
Vorige week kondigde een federale werkgroep aan dat de lonen van de senatoren en Kamerleden met 5 procent zouden verminderen. Daarnaast zouden Kamerleden en senatoren voortaan pas na een carrière van 36 jaar (ipv 20 jaar) recht zouden hebben op een volwaardig pensioen. Dat het federale parlement die plannen heeft bekendgemaakt zonder overleg met de deelstaatparlementen, botste op kritiek.
Volgens Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans is het Vlaams Parlement ook niet zomaar van plan om de federale regeling over te nemen. "Het Vlaams Parlement is zelfstandig en niet
ondergeschikt aan het federale parlement. Ik ben trouwens nog steeds niet in kennis gesteld van de beslissingen die op federaal niveau zijn genomen", zo zei hij vandaag.
Voortouw nemenMaar volgens Stefaan Van Hecke van Groen heeft het Vlaams Parlement geen keuze, toch niet wat de basisvergoedingen voor parlementsleden betreft. Dat blijkt uit de Bijzondere Wet van 1980 die werd aangepast bij de staatshervorming van 1993. Artikel 31ter bepaalt namelijk dat de vergoedingen in de de deelstaatparlementen niet hoger mogen liggen dan de vergoedingen in de Kamer. Als een Vlaams parlementslid toch meer zou verdienen dan een Kamerlid, dan wordt zijn vergoeding automatisch verminderd tot het niveau van een Kamerlid.
Van Hecke verdedigt ook de keuze van het federale parlement om zelf een regeling te lanceren. "Ik ben ook voor overleg. Maar op een bepaald moment moet iemand het voortouw nemen om de zaken in gang te zetten", luidt het. (belga/adb)