10/02/10, 05u56
Vlaanderen haalt Europese normen voor werkzaamheid en innovatie niet.
Uit het voortgangsrapport 2009 blijkt dat Vlaanderen de belangrijkste doelstellingen uit de Lissabonstrategie (2000-2010) niet zal halen. Maar de doelstellingen waren hoog gegrepen, erkende Europa al in 2004 en daarna kwam de Europese crisis. Toch is er heel wat vooruitgang geboekt, concludeert minister-president Kris Peeters (CD&V).
Voor de overgrote meerderheid van de Europese landen en regio's was een werkzaamheidsgraad van 70 procent, een economische groei van 3 procent en de investering van 3 procent van het BBP in onderzoek en ontwikkeling te hoog gegrepen. Voor Vlaanderen evolueerden de meeste indicatoren tot aan de crisis in positieve zin, aldus Peeters.
Voor een aantal werden de doelstellingen bereikt. Zo zijn de Vlaamse jongeren bij de best opgeleide in Europa, zit het Vlaamse BBP 5000 euro boven het Europese jaargemiddelde en lag de arbeidsproductiviteit 30 procent hoger dan het gemiddelde in de 27 lidstaten. Ook voor de investeringsgraad in de privésector scoort Vlaanderen bij de besten.
Werkzaamheidsgraad blijft steken op 66,5 procent
Maar de werkzaamheidsgraad blijft steken op 66,5 procent, al is die tussen 2000 en 2008 met 5 procent gestegen. Peeters wijst er wel op dat hij hoger ligt dan in Brussel en Wallonië en net boven het Europees gemiddelde uitkomt.
Met 2,03 procent van de de investeringen in onderzoek en ontwikkeling komt Vlaanderen ook op dit vlak ver onder de drieprocentnorm uit. Morgen buigt de Europese top zich onder het voorzitterschap van Herman Van Rompuy over een nieuwe strategie voor 2010-2020. (Bart Eeckhout, Jeroen Verelst)