dossier

Tour De France

Walter Pauli in Gap: Vlaams labeur op Franse feestdag

15/07/10 08u25

Wat geprogrammeerd stond als een vierde, lichtere Alpenrit, werd in de praktijk de eerste van de vele overgangsritten naar de Pyreneeën. Het peloton likte zijn wonden, kwam wat op adem en trotseerde een loden hitte. Twee Vlamingen, Mario Aerts en Dries Devenyns, konden met een groepje vluchters tien minuten uitlopeen, maar de bloemen waren voor Sergio Paulinho, de Portugese ploegmaat van Armstrong. Hij was de sterkste, de slimste en de snelste, en dus de terechte winnaar. In Gap was iedereen moe, maar haast niemand ontevreden.

  •  Dat de Fransen zich zelfs op 14 juli lieten verrassen, verrast eigenlijk niet. Het tricolore wielrennen zit immers in een dip  
"Hoe heet je dochter?"
"Beatriz Maria Paulinho."
Op het ogenblik dat dit soort vragen voor een volle perszaal gesteld worden aan de winnaar van de rit in de Tour, is het duidelijk: alle ritten in de Ronde van Frankrijk zijn belangrijk, maar sommige zijn belangrijker dan andere. Onderschat de ritwinnaar nochtans niet. Sergio Paulinho (30) won in 2004 in Athene olympisch zilver op de weg. Paolo Bettini klopte hem toen in een sprint à deux. Hij won eerder al een Vueltarit en was lid van het oppermachtige Astana-eskader dat vorig jaar de ploegentijdrit in de Tour won. En zoals elke betere Portugese wielrenner was hij natuurlijk al eens kampioen van Portugal.

Sergio Paulinho: goede, degelijke renner, en dat kan ook van zijn drie oorspronkelijke medevluchters gezegd worden: Vasil Kiryienka (Caisse d'Epargne), Mario Aerts (Omega Pharma-Lotto) en Dries Devenyns (QuickStep). Nadien kwamen nog twee Fransen aansluiten, Pierre Rolland (Bbox) en Maxime Bouet (AG2R), maar dat is eigenlijk een ander verhaal daarover straks.

De Tour de France is in alle opzichten halfweg. Tussen Chambéry en Gap stond de tiende van 21 ritten geprogrammeerd. De Alpen hebben hun werk gedaan, de Pyreneeën wachten. Het klassement is uitgedund, de favorieten zijn afgelijnd. Het is intussen duidelijk welke ploegen al iets gemaakt hebben van deze Tour: de ploegen die dus én het best voorbereid zijn, én zonder complexen kunnen toeleven naar wat komt. Het is even duidelijk voor welke teams een succes dringend welkom is, waar falen eigenlijk niet meer mag, waar men dringend moet scoren, wat het fietsen dan weer stresserend maakt, en het scoren nog moeilijker.

De Franse ploegen, bijvoorbeeld. Aan de start in Chambéry had Marc Wauters, adjunct-sportdirecteur van Omega Pharma-Lotto, het nog gezegd: "Dit is een dag waarop je rekening moét houden met de Fransen. Het is Quatorze Juillet, hun nationale feestdag, en dat vinden zij nu eenmaal belangrijk. Als je niet mee calculeert, ben je niet verstandig bezig."

Spontaan temporiseren
En dat gebeurde dus ook. Mario Aerts weer Mario Aerts zette een ontsnapping op, kreeg met Paulinho en Kiryienka drommels sterke renners mee, en met Dries Devenyns één van de Belgische beloften voor het rondewerk. Maar er was geen Fransman bij. Devenyns: "Tot we hoorden dat er een paar Fransen op komst waren. Om eerlijk te zijn hebben we toen spontaan getemporiseerd. Doe je dat niet en moeten ze zich laten terugzakken tot het peloton, dan riskeer je dat de Franse ploegen achter je aan gaan rijden, en dan heeft je vlucht toch geen kans. (lachje) Niet dat die twee ons nadien veel steun hebben kunnen geven, overigens."

Dat de Fransen zich zelfs op hun nationale feestdag lieten verrassen, verrast eigenlijk niet. Want zeggen dat de Franse teams in een dipje zitten is een understatement. Cofidis heeft niet half zoveel poeha (en beschikbaar krediet) als in de goude (of vergulde) jaren dat de ploeg de jonge Belgische halfgod Frank Vandenbroucke aantrok. La Française des Jeux trekt weliswaar zijn streng (Sandy Casar won gisteren de prestigieuze Alpenrit), maar is nooit bepalend in de debatten, Bbox kleurt in zijn prestaties net zo vaalblauw als zijn tenue, en AG2R is eigenlijk alleen maar in de Tour omdát het een Franse ploeg is. Kopman Anthony Rochen, zoon van ex-kampioen Stephen Roche, is wel een flinke en zelfs dappere renner, maar hij is natuurlijk een Ier, geen Fransman.

Welzeker was er, naast de rit voor Sandy Casar, de voorbije anderhalve week best al wat vreugde in het Franse kamp. Maar dan vooral omdat Sylvain Chavanel twee dagen in het geel reed en twee ritten won. En omdat zijn ploegmaat Jerôme Pineau een groot aantal dagen de bollentrui droeg. Maar die twee renners rijden dan weer bij QuickStep, de Belgische ploeg van Patrick Lefevere. Structureel zit het allesbehalve goed met het Franse wielrennen. En dus jagen de Franse ploegen en renners vooral op incidenteel succes.

Lees het volledige artikel vandaag in De Morgen