25/05/10, 14u03
Gerda Bauwens over James Ellroy
'Het bloed kruipt' is het derde deel van James Ellroy's trilogie over de onderwereld van de Amerikaanse geschiedenis. Het speelt zich af in het Amerika van 1968 tot 1972.
Nixon wordt verkozen, Martin Luther King is vermoord, Kennedy is vermoord. Crutch, advocaat in LA wil hun moordenaars vinden. Dwight, een FBi-agent infiltreert in een groep zwarte militanten. Wayne, een oud politieagent gaat op zoek naar wat zich afspeelt aan de achterzijde van de vele goktenten in de Dominicaanse Republiek. Het hele verhaal doorspekt met een zoektocht naar de daders van een gruwelijke overval op een geldtransport, waarbij op het eerste gezicht geen overlevenden zijn. Wegen leiden naar Haïti, naar de Dominikaanse Republiek, leiden ook naar Joan, de rode activiste én in de loop van het hele verhaal bijna de enige mens van vlees en bloed, van beide, vlees én bloed.
Ellroy gaat op zoek naar het donkere, het oversekste, het ruige, het bloedspattende van de geschiedenis van Amerika,bij uitbreiding ook van de menselijke natuur. Bij niemand van zijn hoofdrolspelers is matigheid, 'recht' te vinden. Moorden-met-geweld, één min of meer, het doet er niet toe. Iedere reden is goed om iemand te laten kronkelen, zijn hersens uit elkaar te knallen, ingewanden in het rond te zien zwieren. Het kwade overtreft alles, de moraal is zoek, er wordt gedramd. Nergens vind je als lezer een plek om even op adem te komen. De donkere achterzijde van de Amerikaanse samenleving wordt geen greintje licht gegund, alleen straffe spots die verblinden en nu en dan ziedend maken. Zelfs van spelende kinderen gaat een dreiging uit. En dat wreekt zich: ik raak niet binnen in het allesverwoestende verhaal, ik vind geen aansluiting bij de ontmenselijkende gebeurtenissen, ik voel geen sympathie of antipathie voor de personages aan wie het goede des mensen bijna helemaal vreemd is.
Ik heb me moeten verbijten om door het hele verhaal te geraken, met de verwachting ergens een sprankel hoop te vinden. Ik vond die niet. Ook niet in de schrijfstijl: kort, afgekapt, slangtaal, geen half woord te veel. Ook in de woordkeuze vond ik weinig moois: pijpen en neuken, uiteenspattende hoofden, harddrugs, rondzwierende ledematen, hoofden ver weg van het lichaam waartoe ze eerst behoorden, bloedfonteinen, afgekraakte vingers, in een boek ben ik op zoek naar ook iets anders, iets zachter, iets dat de mooiere zijde van het mensdom bespeelt. Ik vond het niet.
Ook mijn zoektocht naar gevoelens leverde op geen enkele manier resultaat op wat betekent dat het hele gebeuren een zeer ver van mijn bed show wordt, een show waar ik langs geen enkele weg aansluiting vind.
Het duurt lang vooraleer ik in de doolhof van oude en nieuwe namen van wie deel uitmaakt van die wrede wereld van wie ooit wie ontmoette, wie ooit samenwerkte met wie of wie wie tegenwerkte mijn weg vind. Ik doe er ook steeds minder moeite voor.
Het boek start met de overval op een geldauto. Ook hier worden de wreedaardige details je niet gespaard. Een gevolg was dat ik vanbij het begin geen zin had mee op zoek te gaan naar de bedoelingen van de daders, het verhaal van de groene smaragdstenen.
De personages zijn opgejaagde, rusteloze wezens voor wie geld en drugs tellen. Een huis is geen thuis maar een hotel, een afslachtruimte, een gruwelplek, een afluisterplek, een schuiloord. Mensen krijsen en schreeuwen, zijn kille drugmonsters.
Zo veel ruigheid meer dan 700 bladzijden lang, nooit even een adempauze: het heeft me niet kunnen raken of meesleuren, het heeft me ook niet overweldigd. Wanneer ik links en rechts commentaren lees, merk ik dat Ellroy wel een groep van fans heeft. Zij die wachten op het derde deel van een Amerika-trilogie. Ik kan niet vergelijken, zie het niet zitten nu ook zijn andere delen te lezen. Ik wens wie van de eerste twee delen kon genieten veel leesplezier voor dit deel ook, dat in weinig verschilt van de vorige wat zwier en schrijfstijl betreft, vermoed ik toch.