Stanley, het hoofdstadje van de Falklandeilanden, ligt er in al zijn Britsheid wat triest en miezerig bij. Om wat kleuraccenten toe te voegen, landt niet alleen onze Hanseatic in de baai net voor het stadje, maar nog twee andere cruisers.
Rode expeditievestjes mengen zich met hightechblauw en kanariegeel. In de Victoriaanse huisjes zijn souvenirwinkeltjes verstopt waar je vanalle prullaria en accessoires met pinguïns op kan kopen. Het meeste succes heeft het pinguïntoiletpapier, ondanks het label 'Made in China' en de vele zeemijlen die er nodig zijn om het tot hier te krijgen.
In de supermarkt betaal je met ponden en de prijzen vallen relatief goed mee. Veel andere afgelegen eilanden die ik eerder bezocht hanteren de 'alles is geïmporteerd'-taks, terwijl de prijzen hier niet veel duurder zijn dan bij ons in België. De overwegend Aziatische bemanning van de drie cruiseschepen is er niet rouwig om en slaat alvast flesjes wijn op voor de lange trip naar Antarctica.
Ooit leefden ze hier van de wol, las ik in een boek. Daarna kwam Gore-Tex en nu draait alles hier rond toeristen, gehuld in diezelfde hightechstofjes. Ergens in een zijstraatje, weg van de "boulevard" langs het water waar al de toeristische shops liggen, vind ik een schat van een winkeltje. The Pink Shop verkoopt gerief dat duidelijk enkel wordt gekocht door de eilandbewoners. Om wat centen bij te verdienen, liggen er ook wat souvenirtjes en hoera: ook echte Falklandwol.
Ik kijk naar handgemaakte tasjes, broches en hoeden in vilt, sjaals in pluizige wol en zelfs handschoentjes in het lokale leder. "No credit cards, dear", zegt de vriendelijke winkeldame met een gezonde blos. "Pond? Dollar? Euro?", suggereert ze. Ergens diep in mijn tas vind ik wat euro. Nooit gedacht dat ik ze hier, bijna op het einde van de wereld, ging uitgeven.
Debbie Pappyn

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.