Matthias Declercq −
23/01/12, 06u54
Opel Antwerpen ging dicht en Lena wist het meteen: 'Dat kost ons gegarandeerd klanten.' Sommigen zijn het haar zelf komen zeggen, in het Schipperskwartier: 'Sorry, ik kan niet meer komen.' De crisis in de portefeuille van de man is voelbaar in de betaalde liefde. door matthias declercq
-
In goede periodes zag je vroeger nooit meisjes aan het raam. Of hooguit voor een kwartiertje. Nu zitten sommigen er een hele dag. En zien ze niemand
Prostituee Lena
'Een smoske met hesp, zoals altijd." Lena* hangt aan de telefoon. "En eentje met americain préparé." Etenstijd in het Schipperskwartier, in Villa Tinto, het Antwerpse megabordeel. Buiten valt de regen met bakken uit de lucht. Binnen hangt een rode gloed en een dichte wolk sigarettenrook. "Manneke, manneke, of het nu regent of niet. Er loopt hier normaal altijd volk." Want ook hier geldt het adagium: 'Weer of geen weer, altijd welkom.'
Drie mannen lopen van hok naar hok. Kap over het hoofd, sjaal voor de mond. Ze stappen nergens binnen. Alleen kijken. Een blue monday op donderdag. Nergens is het gordijn dicht. Overal zitten dames zich te vervelen. "In goede periodes zag je vroeger nooit meisjes aan het raam. Of hooguit voor een kwartiertje. Nu zitten sommigen er een hele dag. En zien ze niemand. Pfff. Vergeleken met drie jaar geleden heb ik zelf de helft minder klanten. De crisis was nooit zo voelbaar als nu."
Het is een bekend gegeven. De betaalde liefde is haast conjunctureel verbonden met de economie. De manager van Villa Tinto geeft het toe: "Prostitutie is de barometer van onze economie. Niks meer, niks minder. Wij zijn de eersten die het voelen. Liefde is een luxeproduct, hé." Maar liefde laat de dames al een tijd in de steek.
Het smoske laat op zich wachten. De mannen ook. Lena werkt al vijftien jaar in de seksindustrie. Nooit zag ze zo weinig mannen passeren. Economische werkloosheid. De vraag daalt, het aanbod niet.
Opel Antwerpen ging op de fles en Lena wist het meteen. "Ai, dat kost ons gegarandeerd klanten. Sommigen kwamen het persoonlijk zeggen: 'Sorry,ik kan niet meer komen.' Zelfde verhaal aan de haven, de dokwerkers. Crisis bij hen is crisis bij ons. Vaste klanten kwamen vroeger één keer week. Nu soms maar één keer per maand. Alleen de zakenmensen blijven komen. Maar de doorsnee arbeiders heeft geen extraatje meer om eens langs te komen. Zelfs niet op het einde van het jaar, als de eindejaarspremie wordt uitgedeeld. 24 december is normaal een absolute topdag. Dit jaar was het de moeite niet om te komen."
In Villa Tinto heeft de globalisering zich serieus doorgezet. Er zitten Hongaarse dames, Roemeense, Bulgaarse. Ook Franse, zelfs Amerikaanse. Maar toch vooral Slavische types. Ze lakken hun nagels, blazen op hun vingers. "Extra concurrentie", vervolgt Lena. "Mannen voelen dat het crisis is, en gaan van raam tot raam. Ze zoeken de meisjes die met elkaar staan te praten. Bij gebrek aan werk. Dan proberen ze af te dingen op de prijs. Sommige meisjes gaan daar op in. Uit noodzaak. Om toch maar iets te verdienen. Twintig euro. Vijfentwintig euro. En wat kunnen wij, de dames die hun prijs vasthouden op vijftig euro, daaraan doen? Niks. Gewoon niks. Ik voel me soms een stuk koopwaar, degoutant.
"Neem daar nog eens bij dat studenten of huisvrouwen ook in de prostitutie stappen, om een centje bij te verdienen. 'Lief huisvrouwtje ontvangt', staat er in de krant. Je moet de advertenties eens lezen: 'Soldenprijsjes, twee voor de prijs van één.' Zo werkt het niet, hé. Dat is dus ook concurrentie, maar die is niet zichtbaar. De webcam, nog zoiets. Tel alles bij elkaar, de economie, de concurrentie en de webcam en het wordt lastig werken, niet? Maar soit, we doen verder. Optimistisch blijven, we kunnen niet anders."
* Lena is een schuilnaam.