06/02/10, 12u20
De Tijd meldt dat het door een beslissing van het Grondwettelijk Hof voortaan moeilijker wordt om snel beslag te leggen op het vermogen van de echtgenoot van een failliete ondernemer, zelfs als die echtgenoot zich borg heeft gesteld.
Het grondwettelijk Hof besliste dat de schuldeisers, die de borg van een echtgenoot willen aanspreken bij een faillissement, voortaan moeten wachten tot dat faillissement is afgewikkeld. Na die afwikkeling moeten ze rekening houden met de rangorde van uitbetaling. Totnogtoe konden schuldeisers het vermogen van de echtgenoot van een failliete ondernemer wel aanspreken tijdens de faillissementsprocedure. Maar het grondwettelijk hof achtte die uitzondering in strijd met het gelijkheidsbeginsel in een zaak waarin ING de schuldeiser was. (belga/jv)