Onafhankelijke tv-makers trekken aan alarmbel
Een fragment uit 'Man Bijt Hond' van Woestijnvis.
Het gaat niet goed met de Vlaamse onafhankelijke televisieproducenten, die tv-programma's produceren in opdracht van tv-zenders. Nadat de omzet en het personeelsbestand van de sector jarenlang steeg, was er in 2007 een stagnatie. Bovendien zijn de vooruitzichten voor 2008 niet positief: sommige producenten lopen zelfs het risico failliet te gaan. Dat zegt de vzw Vlaamse Onafhankelijke Televisie Producenten (VOTP), die de 17 Vlaamse onafhankelijke televisieproductiehuizen vertegenwoordigt. Enkele daarvan zijn Woestijnvis, deMensen, Studio 100, Kanakna Productions, Sultan Sushi.
Best bekeken met klein budgetDe programma's die bedacht en ontwikkeld zijn door de VOTP-leden, behoren tot de creatiefste en best bekeken tv-programma's van Vlaanderen. Samen produceren de productiehuizen twee derde van de 100 best bekeken programma's. Dat doen ze met een budget van 140 miljoen euro, wat slechts een kwart is van het totale televisieproductiebudget in Vlaanderen, zegt Ellen Onkelinx, directeur van de VOTP.
Besparingen
Ook al leveren de productiehuizen programma's af die nationaal en internationaal enorm gewaardeerd worden, toch worden ze naar eigen zeggen in hun voortbestaan bedreigd. Oorzaak daarvan is de sterke positie van de drie Vlaamse televisieomroepen bij onderhandelingen. Elke besparing bij die zenders leidt daarenboven onmiddellijk tot een drastische terugloop van de bestellingen bij de externe productiehuizen. Dat werd al duidelijk in 2007, toen bij de commerciële omroepen de reclame-inkomsten onder druk kwamen te staan en de VRT drastische besparingen doorvoerde. Bij de openbare omroep daalde het budget voor externe producties van 77,6 miljoen euro tot 62,8 miljoen. Daardoor viel de groei bij de productiehuizen stil en moesten ze zelfs goedkoper gaan produceren.
Zeer afhankelijkDat productiehuizen zeer afhankelijk zijn van de omroepen, werd ook duidelijk toen onlangs D&D Productions failliet ging, nadat vtm besliste om de serie 'Wittekerke' stop te zetten. Een ander probleem dat de VOTP maandag aankaartte, is dat de overgrote meerderheid van de productiehuizen door de omroepen onder druk worden gezet om hun secundaire en afgeleide rechten (bijvoorbeeld: rechten op verkoop van formats of programma's in het buitenland, op dvd-verkoop, op videospelletjes, op digitale televisie, op merchandising) af te staan, waardoor zij financieel bijna volledig afhankelijk zijn van de eerste verkoop van programma's aan de omroepen. Momenteel bestaat 89 procent van de omzet van de VOTP-leden uit de verkoop van de primaire tv-rechten aan de Vlaamse omroepen.
OplossingDe VOTP vindt dat de producenten hun secundaire rechten zouden moeten kunnen behouden, zodat ze financieel minder afhankelijk worden van de omroepen. Daarom pleit de vereniging voor een wettelijk kader dat voorziet in de billijke verdeling van intellectuele eigendomsrechten. De onafhankelijke producenten zouden dan titularis blijven van de intellectuele eigendomsrechten op hun eigen programma's en de omroepen zouden delen in de opbrengsten van de exploitatie van die programma's. "De kans bestaat dat de productiebudgetten in dat geval minder gefinancierd zouden worden door de omroepen, maar dat dat verschil zou goedgemaakt worden doordat de productiehuizen achteraf zelf hun rechten kunnen benutten", legt Onkelinx uit. De omroepen van hun kant zien zo'n wettelijk kader echter niet zitten. (belga/sam)