Jan Debackere −
06/01/12, 20u46
© photo news
De haren mogen dan wat grijzer geworden zijn, het vuur in Paul Jambers is nog niet gedoofd. Voor een nieuwe reeks zocht hij enkele figuren terug op die hij begin jaren 90 aan Vlaanderen toonde in zijn beroemde reeks. 'Uitlachtelevisie? Ik haat het uit de grond van mijn hart.'
-
Je moet getuigen niet belachelijk maken, je moet hen optillen. Je moet ermee praten van mens tot mens
'De totale onderdompeling.' Voor minder deed Paul Jambers het gisteren niet in de gebouwen van vtm. Voor Jambers, het leven gaat voort, een programma waarin hij kijkt hoe het nu gaat met enkele personen uit zijn beroemde reeks uit begin jaren 90,was een gewone persvisie met enkele fragmenten niet voldoende. De aanwezigen moesten ondergedompeld worden in de wereld van de televisiemaker. "Om jullie van de ene emotie in de andere te laten vallen. Om jullie te laten meegaan in het gebeuren en te tonen dat authentieke televisie maken nog mogelijk is."
Jambers mag dan ondertussen al 66 jaar zijn, het vuur en het zelfvertrouwen is hij nog steeds niet kwijt. Maar ook een gevoel dat zijn naam nog steeds onrecht aangedaan wordt, blijft hem dwarsliggen. Want Jambers, is dat niet de man die in de jaren 90 de freaks opzocht? Een tv-maker die liefst van al de onderbuik van de maatschappij te kijk zette? De man ook die vooral op zoek was naar mensen met de vreemdste seksuele voorkeuren?
Paul Jambers bestrijdt het met alle energie die hij in zich heeft. "Ik had het maar uitzonderlijk over seks. Mijn programma is nooit een freakshow geweest. Men kent alleen nog de vijf hits die op YouTube te vinden zijn. Mensen hebben voor de rest alleen nog een vage herinnering aan mijn reportages. Of ze hebben er een foute herinnering aan. Ik droeg meestal zelfs geen leren jekker. In de intro wel, ja. Maar op reportage had ik meestal een gewoon jasje aan. Met dit programma wil ik dat foute beeld rechtzetten. Vergeet dus Jambers. Het bestaat niet meer. Dat mijn naam nu nog bij de programmatitel staat, is alleen omdat de zender dat nog om commerciële reden wil. Voor mij moet dat niet, maar ik heb me daar bij neergelegd."
Waarna Jambers aan de onderdompeling begint met een reportage over een ondertussen bejaard echtpaar dat hun verlamde zoon al ongeveer twintig jaar thuis verzorgt. Jambers was erbij, begin jaren 90, toen de zoon nog in het ziekenhuis lag en voor het eerst naar de ouderlijke woonst terugkeerde. Nu ging Jambers terug naar het huis, waar de ouders nog steeds alleen voor hun zoon leven. Een zoon die nog net zijn eten kan oplepelen en ja of nee kan knikken. Meer zit er niet in.
De reportage toont volgens Jambers wat hem onderscheidt van het gros van de programma's die je nu op televisie ziet. "Er bestaat geen stilte meer op televisie. Men durft dat niet meer. Overal hoor je van die opgepompte muziek alsof het om een film gaat. Ik durf die stilte wel laten, hoor. Je hoort het papiertje knisperen van de doos pralines die de verlamde zoon krijgt. Zoiets vind ik essentieel. Nu hoor je ook geen vragen meer, alleen nog korte quotes. Ik durf nog een interview van vijf minuten geven. Voor mij is de vraag even belangrijk als het antwoord."
Al gaat het er niet altijd even stil aan toe, zo blijkt wanneer Jambers overstapt naar een reportage over een wel erg flamboyante vrouw met een grote voorliefde voor katten. De liefde is zelfs zo groot dat ze versierde schedels van haar overleden lievelingsdieren als haarspeld draagt. "Het zijn soms gekken, ja. Waarom niet? Maar ook dan probeer ik hun gedrag, hun emoties te verklaren."
Toch blijf je als kijker bij zo'n reportage met de vraag worstelen of zo'n vrouw wel moet worden getoond. De dame mag dan al een bewogen verleden hebben, haar exuberante gedrag kun je moeilijk normaal noemen. Uitlachtelevisie à la Exotische liefde of Superfans is het niet, maar toch. Ook als er even later een ex-prostituee aan het woord komt die meermaals zegt geen zin in het leven meer te hebben, vraag je je af of die vrouw - die al een zelfmoordpoging achter de rug heeft - niet meer nood heeft aan professionele hulp dan aan het bezoek van een cameraploeg.
"Dit is gemaakt met liefde voor de getuigen", gaat Jambers' stem enkele volumes hoger, zeker als ook de term uitlachtelevisie valt. "Ik heb mijn getuigen nooit uitgelachen. Als dat wel het geval zou zijn, zouden ze me nu niet meer graag zien. Ik haat uitlachtelevisie. Ik haat het uit de grond van mijn hart. Ik kijk nooit meer naar televisie. Als ik zie hoe de jonge televisiemakers van nu omgaan met getuigen... Je moet hen niet belachelijk maken of alleen maar tonen hoe moeilijk ze kunnen praten. Je moet hen optillen. Je moet er als volwassenen mee praten, van mens tot mens."
AmateuristischDat Jambers na al die jaren nog steeds zijn passie niet verloren heeft, blijkt ook wanneer de techniek het laat afweten en dvd's haperen en uiteindelijk gewoon niet meer afspelen. "Onaanvaardbaar", fulmineert Jambers. "Ik werk de ziel uit mijn lijf en dan gebeurt zoiets. Bij De Televisiefabriek (Jambers' vroegere productiehuis, JDB) zou dit nooit gebeurd zijn. Vroeger was dat gewoon ontslag." Omdat de laptop dienst blijft weigeren, verhuist iedereen ten slotte van de perszaal maar naar de chique directieruimte van de commerciële zaal. "Dat is tenminste een plek waar ze me kunnen ontvangen", monkelt hij. Tot er een foute dvd wordt opgelegd. Jambers schiet opnieuw in een colère. "De kranten gaan vol staan: de amateur Jambers is bezig."
Gelukkig voor hem zijn de reportages zelf niet amateuristisch. Sommige mogen dan wel vragen oproepen, andere zijn gewoon mooi of boeiend. Zelfs Jambers geeft aan dat de nieuwe reportages voor hem interessanter zijn dan zijn oude werk. "Jambers was thematisch opgedeeld: eeuwig jong, excentrieke mensen, playboys... Ik was alleen in dat ene onderwerp geïnteresseerd. Aan de rest hechtte ik geen belang. Daardoor heb ik veel laten liggen. Nu ben ik gaan graven in hun leven. Ik ben een of twee dagen bij alle getuigen geweest, terwijl dat vroeger maar twee uur was. Wat ik nu gedaan heb, is boeiender dan die onderwerpen. Maar de tijden waren toen ook anders. Homoseksualiteit was toen bijna nog een taboe. Het zou nu gewoon geen zin meer hebben om nog over die onderwerpen reportages te draaien."
Of dit nu de laatste keer is dat Paul Jambers terugkeert op het scherm - hij putte in het verleden al enkele keren uit de Jambers-reeks - laat hij nog in het midden. "Ik kan niet in de toekomst kijken. Ik hoop niet dat dit mijn laatste werkstuk is. Laten we nu gewoon de reacties afwachten en dan zien we wel." Al bedoelt hij daar vooral niet de kijkcijfers mee. "Ik ben een ander mens geworden, ik heb een louteringsperiode doorgemaakt. De kijkcijfers kunnen me niets meer schelen."
Jambers, het leven gaat voort, vanaf woensdag 11 januari om 22.15 uur op vtm