Alsof de tijd een halve eeuw heeft stilgestaan, zo ziet het openbaar vervoer van de Hongaarse hoofdstad Boedapest eruit. Als je eenmaal gewend bent aan de herrie, het gepiep en gekraak van de stokoude trams, bussen, treinen, trolleybussen en metro's, blijkt de stad een zeer fijnmazig stelsel van openbaar vervoer te hebben dat je bovendien tegen vooroorlogse prijzen overal naartoe brengt.
Elke keer als de HEV (een kruising tussen metro en trein) bij een station optrekt lijkt het alsof de machine zijn laatste doodsrochel uitslaat. De nogal gammel ogende en ernstig gedateerd uitziende trein zet zich met een slakkengangetje in beweging om vervolgens toch weer heelhuids aan te komen op de plek van bestemming.
Heuse klauterpartij
Pas op bij uitstappen! Soms ligt het perron een centimeter of 80 lager dan het opstapje, waardoor er bij het in- en uitstappen een heuse klauterpartij nodig is. Oudere mensen moeten dikwijls worden geholpen en voor rolstoelgebruikers is de trein al helemaal ontoegankelijk.
Merkwaardig is ook het klokje in ieder station dat aangeeft hoelang geleden de vorige trein is vertrokken. Lang wachten is er overigens niet bij. Binnen twee tot drie minuten verschijnt de volgende alweer. Het materieel mag dan oud en versleten lijken, de dichtheid van de dienstregeling is in ieder geval ongeƫvenaard.
Airco, geen overbodige luxe
De ondergrondse stations lijken soms wel gemodelleerd naar de Londense, met immens lange en steile roltrappen. De trap en de band lopen (natuurlijk) niet helemaal synchroon, waardoor je bij het naar beneden gaan steeds de indruk hebt dat je voorover valt. Van airconditioning in de treinstellen is geen sprake, dat zou nochtans geen overbodige luxe zijn bij temperaturen die oplopen tot boven de dertig graden.
Maar toch, na enkele dagen ga je houden van het OV in Boedapest, dat je voor een appel en een ei overal naartoe brengt.

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.